Plofderivaten ‘Paard van Troje’?

plofderivaten, Rentederivaten, risicoprofiel, woningcorporaties

volkskrant_logo_zwIn de Volkskrant van 18 februari 2015 wordt uitgebreid geschreven over een onderzoek van justitie naar fraude bij drie woningcorporaties. In het kielzog van de derivatenfraude bij woningcorporatie Vestia is justitie op een nieuwe zaak gestuit. Corporaties zouden het slachtoffer zijn geworden van ‘fraude en omkoping’ door adviseurs en bemiddelaars in derivaten en leningen.

De drie woningcorporaties die hiervan de dupe zijn geworden zijn Portaal, Wonen Limburg en De Woonplaats. Uit onderzoek van Cadension blijkt, dat twee van deze drie woningcorporaties Extendible leningen hebben afgesloten.  Nu zijn er vanzelfsprekend wel meer overeenkomsten tussen deze woningcorporaties. Waarom is juist deze overeenkomst zo interessant?

Plofderivaten

In diverse eerdere artikelen van Cadension over extendible leningen (ook wel tijdvakleningen genoemd), is uitgelegd waarom deze leningen zondermeer niet geschikt zijn voor woningcorporaties. In ruil voor een lage rente gedurende de eerste periode, loopt de woningcorporatie juist een risico voor de tweede periode. Daardoor wordt zij gevoelig voor een rentedaling, en zijn risico’s voor een rentestijging juist niet afgedekt. Dat strookt niet met het renterisicoprofiel van woningcorporaties, waar een groot deel van de bedrijfskosten uit financieringslasten bestaat. Om die reden heb ik deze leningen ook al als ‘plofderivaten’ bestempeld. Daarnaast is de extendible lening een totaalproduct met dezelfde onderdelen als de derivatenconstructie die Vestia had, waardoor zij in de problemen kwam.

Hoge marges

De grote vraag is waarom deze leningen dan zijn aangetrokken door woningcorporaties, als objectief is vast te stellen dat ze niet geschikt zijn?  Steeds meer blijkt, dat woningcorporaties die met fraude, steekpenningen of verscherpt toezicht van het CFV te maken hebben, op de lijst van woningcorporaties staan die extendible leningen hebben. Deze lijst heeft Cadension opgesteld op basis van onderzoek naar de jaarverslagen over 2013 van woningcorporaties. En aangezien ‘gestructureerde producten’ (zoals de extendible lening) zeer hoge marges voor de bank en tussenpersonen bevatten (zo zei Arjen Greeven tijdens zijn publieke verhoor tijdens de parlementaire enquete), is het bijna noodzakelijk om te onderzoeken of deze ongeschikte producten als een ‘paard van Troje’ kunnen hebben gediend; het komt als een gewone lening binnenrijden bij de woningcorporatie, maar kan vervolgens een middel blijken om zeer hoge marges en oneigenlijke betalingen mogelijk te maken.