Interventie Herstelkader noodzakelijk

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

Nu uit de laatste voortgangsrapportage opnieuw de bevestiging is gekomen dat de banken verdere vertraging hebben opgelopen in de uitvoering van het Herstelkader, is interventie noodzakelijk. Zowel AFM als de minister van Financiën hebben echter hun kans laten liggen om in te grijpen. De minister kwam niet verder dan het oordeel dat deze vertraging ‘vervelend’ is voor de gedupeerde derivatenbezitters. Gelukkig komt er nu vanuit de Tweede Kamer een roep om ingrijpen.

Sinds de voortgangsrapportage van juli 2017, heeft Cadension herhaaldelijk aangedrongen op interventiemaatregelen, omdat toen al duidelijk was dat er sprake was van ernstige vertraging en van een institutioneel probleem waarbij banken, toezichthouder en accountants elkaar in de houdgreep hebben. Deze interventiemaatregelen zijn neergelegd bij diverse betrokken partijen en omvatten de volgende praktische ingrepen:

1.Onvoorwaardelijke voorschotten

Op dit moment wordt op grote schaal met voorschotten gewerkt. Deze voorschotten zijn echter voorwaardelijk; op het moment dat de klant het definitieve compensatievoorstel, dat mogelijk pas eind 2018 volgt, niet accepteert (om wat voor reden dan ook), dan dient hij het voorschot terug te betalen. Sommige banken hanteren daar zelfs een terugbetalingstermijn van 4 weken voor. Een voorschotregeling heeft vooral zin wanneer banken deze zonder enige voorwaarde uitbetalen. Alleen dan kan een ondernemer met het ontvangen voorschot daadwerkelijk iets doen. Gezien de ontstane situatie met enorme vertraging, zou dit bovendien een positief gebaar zijn van banken naar hun klanten, die al jarenlang op een adequate oplossing wachten. Daarnaast kan het een concrete invulling zijn van de door enkele banken publiekelijk toegezegde ruimhartigheid.

Overigens is er een bank die eerder al, uit eigen beweging, op soortgelijke wijze handelde. Dit toont aan dat die ruimte er is, binnen de regels van het Herstelkader.

Deze aanpassing is nog steeds (of zelfs: juist) relevant, omdat een deel van de banken gaat werken met aanvullende voorschotten.

2. Acceptatietermijn

Volgens het Herstelkader hebben klanten een termijn van 12 weken voor acceptatie van een definitief voorstel. Deze termijn wordt door banken erg nadrukkelijk naar voren wordt gebracht; in sommige gevallen wordt in de brief gesteld dat de klant zelfs binnen 4 weken moet reageren of dat het compensatievoorstel na 12 weken vervalt. Dat is onacceptabel. Wanneer banken (als bij uitstek deskundige partij) meer dan drie jaren nodig hebben om gedupeerde klanten op een adequate manier te compenseren, kan en mag van een niet-professionele en niet-deskundige klant niet worden verwacht dat hij binnen drie maanden akkoord moet gaan met het voorstel. Een ondernemer moet de tijd en mogelijkheid hebben om het voorstel goed te kunnen doorgronden, zodat hij -al dan niet ondersteund door een second opinion- een weloverwogen beslissing kan nemen.

Deze tijdsdruk negeert de complexiteit en geschiedenis van het derivatendossier. Banken zouden zelf in hun brieven aan klanten kunnen opnemen dat het streven is om binnen drie maanden de zaak te kunnen afhandelen, maar dat de klant meer tijd krijgt indien hij dat nodig acht (zonder dat het voorstel kan komen te vervallen). Ook hier wordt wederom een beroep gedaan op de ruimhartigheid van banken.

3. Rentevergoeding

In het Herstelkader is afgezien van een compensatie voor gevolgschade, in tegenstelling tot in het ‘redress scheme’ dat in het Verenigd Koninkrijk is toegepast. Dat argument was houdbaar als gedupeerde klanten snel hun compensatie hadden ontvangen. Nu echter de uitvoering steeds meer vertraging oploopt, komt dit in een heel ander daglicht te staan. De te ontvangen compensatie  heeft vaak betrekking op een schade die ondernemers al vele jaren geleden hebben opgelopen. Nu duidelijk is dat zij recht hebben op compensatie van die schade en de uitkering daarvan vertraging oploopt, zijn zij nog steeds niet in staat om dat geld in hun bedrijf te investeren. Dat kan in voorkomende gevallen leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering. Het huidige Herstelkader houdt daarmee geen rekening.

Op dit moment worden alle schadecomponenten in het Herstelkader opgerent tegen de wettelijke rente, die momenteel op 2% ligt. Door deze rentevoet per 1 juli 2017 (de datum waarop volgens de minister de uitvoering van het Herstelkader zou zijn afgerond) aan te passen naar 8% krijgen ondernemers op het totale compensatiebedrag waarop zij recht hebben een hogere rente vergoed, ter vergoeding voor de gevolgschade (of vertragingsschade). Deze rentevergoeding is ook in het ‘redress scheme’ in het Verenigd Koninkrijk toegepast, ter compensatie van gevolgschade.

Het staat banken vrij om dit rentepercentage naar boven aan te passen naar 8%. Het Herstelkader is immers door de minister gekwalificeerd als een ‘minimumlat’ waaraan de banken moeten voldoen. Enige voorwaarde is dat het voor alle klanten op dezelfde wijze wordt toegepast. Dat hoeft echter geen probleem te zijn.

4. Klachtbehandeling

Interne klachtbehandeling bij banken op derivatendossiers ligt momenteel nagenoeg stil. Een groep van mijn klanten heeft al ruim anderhalf jaar geleden een goed onderbouwde klacht bij de bank ingediend en daarop nooit enige inhoudelijke reactie van de bank ontvangen. De bank stelt behandeling van deze klachten afhankelijk van het Herstelkader. Aangezien die uitvoering herhaaldelijk forse vertraging heeft opgelopen, wordt de behandeling van deze langliggende klachten ook steeds uitgesteld. Banken hebben hun eigen (morele) verantwoordelijkheid om ontvangen klachten op adequate wijze te behandelen, zoals dat geldt voor alle klachten die banken van hun klanten ontvangen.

 

Alle bovengenoemde maatregelen zijn in te voeren zonder inhoudelijke aanpassing van het Herstelkader. Banken kunnen die zelfstandig doen, zonder dat daarvoor toestemming van AFM nodig zou zijn.

Enkele Tweede Kamer leden hebben de maatregel voor de hogere rentevergoeding al naar voren gebracht. Hopelijk komen in de daarop volgende discussie ook de andere maatregelen naar voren, zodat ook in dit proces het klantbelang centraal komt te staan.