FD (26 april 2019): ‘Derivatendrama kan zo € 0,5 mln schelen’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Op verzoek van het Financieele Dagblad heeft Cadension een inventarisatie uitgevoerd op de compensatievoorstellen die wij voor onze klanten hebben beoordeeld. Het resultaat was verontrustend: meer dan 50% van deze voorstellen is volgens onze beoordeling niet juist. En de impact van de fouten is groot, zoals het verhaal van de familie Broekman aantoont: volgens de banken zouden zij aanvankelijk een compensatie van € 15.000 krijgen, maar door onze inspanning is dat uiteindelijk op ruim € 500.000 gekomen.

Aard van de fouten

De fouten die wij tegenkomen in onze dossiers, hebben betrekking op nagenoeg alle onderdelen van het Herstelkader. Zo worden sommige klanten onterecht ‘out of scope’ verklaard door de bank, waardoor ze geen compensatie zouden krijgen. Maar ook in de koppeling van derivaten aan leningen komen fouten voor, net zoals bij de compensatieberekening voor de opslagverhoging en herstructureringen van derivaten. Ook constateren we dat onterecht bedragen in mindering worden gebracht op het compensatiebedrag, de zogenaamde ‘Eerdere Financiële Tegemoetkomingen’.

Status van geconstateerde fouten

Wanneer wij een fout constateren, wordt dit door ons met de bank besproken (in sommige gevallen doet de klant dat zelf, of zijn advocaat). Op basis van inhoudelijke onderbouwing, ondersteund met relevante documenten (zoals e-mails, brieven, etc.) leggen we dat voor aan de bank. In de meeste gevallen wordt daar door de banken adequaat op gereageerd, al kunnen de doorlooptijden nogal eens lang zijn. Veel van dit soort bezwaren zijn nog in behandeling bij de bank. Maar in 20% van al onze dossiers blijken fouten te zitten die inmiddels door de bank zijn erkend, en dus leiden tot een aangepast compensatievoorstel. Die aangepaste compensatiebedragen zijn 25% – 850% hoger dan het oorspronkelijke aanbod van de bank, en dat gaat vanzelfsprekend om significante bedragen.

Het percentage aangepaste compensatievoorstellen zou dus nog kunnen oplopen tot maximaal 50%. Dat betekent ook dat de onafhankelijke controle van de ‘Externe Dossier Beoordelaar’ niet waterdicht is. Dat is opvallend, omdat een aantal van de door ons geconstateerde fouten ook door deze EDB’er geconstateerd had kunnen (en moeten) worden op basis van het dossier dat de bank zelf heeft.

Vanzelfsprekend zijn niet alle bezwaren succesvol. We komen ook situaties tegen waarbij het dossier van de bank documenten bevat die wij niet van de klant hebben ontvangen; die kunnen een ander licht werpen op de situatie, waardoor blijkt dat het oorspronkelijke voorstel van de bank toch correct was. Of de bank honoreert een klacht niet, waarop vervolgens geen Bindend Advies mogelijk is, zodat de klant niets anders rest dan het voorstel te accepteren.

Complexiteit dossiers

Omdat zowel door banken als de AFM geen inzicht wordt gegeven in de opbouw van complexiteit van dossiers, is het moeilijk te zeggen of de dossiers die Cadension in behandeling heeft meer of juist minder complex zijn dan gemiddeld. Een algemene benchmark voor de complexiteit is het aantal gevallen waar sprake is van ‘coulance only’; in die gevallen is er sprake van compensatie op slechts één onderdeel, dat relatief makkelijk te berekenen is. Op zich is dat niet een hele goede benchmark (want ook in die gevallen kan iets mis gaan), maar het is wel de meest makkelijke. In onze praktijk blijkt tot op heden dat er sprake is van 13% ‘coulance only’ gevallen. Vermoedelijk is dat lager dan gemiddeld, maar -nogmaals- banken en AFM geven geen inzicht in deze cijfers. Ik doe een beroep op deze partijen om ook deze cijfers te publiceren.

Fout van de bank in uw voordeel

Een fout in een compensatievoorstel kan twee kanten opwerken; het kan in het voordeel of in het nadeel van de klant zijn. Beide situaties komen wij tegen in onze praktijk. Wel is het zo, dat het aantal fouten in het nadeel van de klant hoger is. Onze ervaring is dat klanten voor wie wij een fout in hun voordeel hebben ontdekt, er voor kiezen om het oorspronkelijke voorstel van de bank te accepteren.

Tevens zien we dat een klein aantal klanten er voor kiest om geen bezwaar in te dienen, wanneer wij een fout hebben geconstateerd. De zorg om de relatie met de bank te verstoren, is daarbij het meest gehoorde argument. Dit is overigens naar onze overtuiging niet nodig, omdat de bezwaren door de bank door een gespecialiseerde afdeling worden behandeld, die los staat van account managers van de bank. Wij hebben tot op heden in ieder geval niet gezien dat het indienen van een bezwaar repercussies had op de relatie met de bank; integendeel, in één geval heeft de bank een boeket bloemen gestuurd naar de klant, nadat alles was afgewikkeld.

Acceptatiegraad compensatieaanbiedingen

Zowel AFM als banken schermen met percentages van 95% als het gaat om de voorstellen die door klanten worden geaccepteerd. Dit zou een maatstaf zijn voor de goede kwaliteit van de compensatievoorstellen. Dit is echter te kort door de bocht. Het is voor klanten simpelweg onmogelijk om zélf te beoordelen of het aanbod van de bank geheel correct volgens het Herstelkader is uitgevoerd. Het Herstelkader bevat inmiddels 260 pagina’s met veel regels en even zoveel uitzonderingen. Zowel de interpretatie van die regels als de berekeningen zijn complex. Om vast te stellen of een compensatieaanbod correct is, moet de klantspecifieke situatie integraal worden beoordeeld, in het licht van al die regels en uitzonderingen.

Het feit dat een klant een voorstel accepteert, zegt dus niet dat is vastgesteld dat dat voorstel inhoudelijk correct is. Mogelijk zegt het wel dat hij tevreden is met het aangeboden bedrag (in absolute zin) of dat hij eindelijk een streep kan zetten onder een jarenlang slepend verhaal.

Lees hier het artikel in het FD: FD 26 april 2019 – Derivatendrama kan zo 0,5 mln schelen