FCA kan nog niet rusten

AFM, Buitenland, Rentederivaten, Renteswaps, UK

IMG_1106Op donderdag 4 december vergaderde het Britse House of Commons voor de derde keer over rentederivaten in het MKB en de problemen die daardoor zijn ontstaan.  Guto Bebb, voorzitter van de ‘All Party Parliamentary Group on Interest Rate Swap Mis-selling’, een commissie waarin alle politieke partijen zijn vertegenwoordigd, zet zich al jarenlang in voor een adequate aanpak.

Dit debat was aanleiding voor gedupeerde MKB’ers om te demonstreren voor het House of Parliament, om duidelijk te maken dat nog lang niet alle problemen zijn opgelost. Aansluitend was er een bijeenkomst georganiseerd door Bully Banks, om het debat live te kunnen volgen en om dieper op de inhoud in te gaan, onder andere met Guto Bebb. Daarbij was ik uitgenodigd om toe te lichten hoe de herstelacties in Nederland worden aangepakt en wat de resultaten daarvan zijn.

Engeland loopt een jaar voor op Nederland

Het debat ging over de herstelacties (‘redress scheme’) dat onder toezicht van de FCA (de evenknie van AFM) door de banken wordt uitgevoerd. Dat heeft er toe geleid dat er inmiddels voor bijna € 2 miljard aan schade is uitgekeerd door banken. Met deze aanpak loopt Engeland ruim een jaar voor op ontwikkelingen in Nederland. De aanpak van de FCA wordt daarom vaak als voorbeeld gesteld voor andere landen, zoals Nederland.

Toch zitten er rafelranden aan de herstelacties in Engeland. Zo wordt een groot deel (één op de drie, ofwel meer dan 10.000 bedrijven) van het MKB  uitgesloten van herstelacties omdat ze niet aan de criteria zouden voldoen. Volgens die criteria zijn de bedrijven namelijk als ‘sophisticated’ klanten te betitelen, wat veronderstelt dat ze voldoende kennis en deskundigheid hebben met betrekking tot rentederivaten. Maar zoals een parlementslid gisteren in het debat zei, daar zitten vele bedrijven tussen die qua omzet misschien wel groot zijn, maar qua bedrijfsvoering nog steeds een klein familiebedrijf zijn. Waar de boekhouder tevens ‘financieel directeur’ is. 

Onafhankelijke herbeoordeling

Op het moment dat een bank een interne herbeoordeling heeft gemaakt van het advies en het product, formuleert de bank een voorstel voor de eventuele herstelactie. Die voorstellen voor individuele herstelacties worden vervolgens gecontroleerd door onafhankelijke beoordelaars. Dat zijn de grote accountantskantoren en die worden betaald door de banken. Gisteren kwam een klokkenluider naar buiten mer het verhaal dat hij als accountant daarbij onder druk werd gezet door de bank om de voorstellen van de bank goed te keuren. Vooral wanneer het ging om voorstellen waar de belangen groot waren en de voorstellen relatief zuinig. Overigens, deze accountantskantoren moeten hun oordeel vellen op basis van het dossier dat zij van de bank krijgen. Als de bank belangrijke informatie achterhoudt (bewust of onbewust) of simpelweg geen volledig dossier heeft aangelegd, dan wordt op basis van onvolledige informatie een besluit genomen. Aan de klant wordt het echter vervolgens verkocht als een voorstel dat in feite door de FCA is goedgekeurd (want het voldoet aan haar regels). En diezelfde klant mag het dossier (waarop de herbeoordeling is gebaseerd) onder geen beding zien.

Inconsistentie

Een veelgehoord bezwaar in het debat was het gebrek aan consistentie bij de herbeoordeling. Zo blijkt bijvoorbeeld dat bij de kleinere schadegevallen structureel relatief meer schade wordt uitgekeerd dan bij grote zaken. Terwijl uit onderzoek blijkt dat dit in de meerderheid van de gevallen niet inhoudelijk te beargumenteren is.

In beroep

Al deze problemen zouden nog ondervangen kunnen worden, als de gedupeerde ondernemers (die ná zo’n herbeoordeling nog steeds het gevoel hebben dat ze onvoldoende worden gecompenseerd) in beroep kunnen gaan. Die mogelijkheid is er niet in de UK, anders dan naar de rechter te stappen. Dat is echter voor veel kleine ondernemers een paar bruggen te ver. En dat leidt tot schrijnende verhalen van kleine familiebedrijven die hierdoor zowel zakelijk als privé aan de grond zijn geraakt.

Meer overeenkomsten dan verschillen

Het debat werd stevig gelardeerd met concrete voorbeelden van de gedupeerde ondernemers. Elk ‘MP’ had wel een verhaal uit zijn regio te vertellen. Die verhalen van de ondernemers zijn zeer vergelijkbaar met die van Nederlandse ondernemers. De reactie van Britse banken is vergelijkbaar met die van Nederlandse banken. En de worstelingen van de Britse toezichthouder om tot een goede oplossing te komen (samen met de banken), zijn ook hetzelfde. De kans dat we een soortgelijk debat binnen een jaar ook in de Tweede Kamer gaan krijgen, acht ik zeer groot. Het zou daarom helemaal niet zo gek zijn als vanuit de politiek en toezichthouder gewerkt zou worden aan een internationale aanpak.