Viewing posts categorised under: UK

Baanbrekend onderzoek in de UK naar ‘redress scheme’

AFM, Buitenland, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

In diverse blogs heb ik aangegeven dat zowel de aard als de omvang van de problemen rondom de verkoop van rentederivaten in het UK grote parallellen vertoont met de Nederlandse situatie. Een belangrijk verschil is echter dat in de UK de problemen ruim twee jaar eerder zijn onderkend en aangepakt. Hun ‘redress scheme’ is dus ook al ruimschoots afgerond, terwijl Nederlandse banken nog een paar duizend dossiers volledig moeten behandelen.

Vanochtend kwam er onverwacht toch weer nieuws uit de UK. Hoewel bekend is dat er al jarenlang klachten zijn over de uitvoering en het toezicht op het redress scheme, heeft de toezichthouder FCA vandaag aangekondigd dat er een uitgebreid onafhankelijk onderzoek gaat plaatsvinden naar dit redress scheme. In de onderzoeksopdracht geeft de FCA een aantal zeer specifieke vragen mee. Is het feit dat het redress scheme een vrijwillige oplossing was, wel geschikt? Heeft de toezichthouder effectief toezicht gehouden op de juiste en tijdige uitvoering van het redress scheme door de banken? Was het redress scheme een passende oplossing voor de misleidende verkoop van rentederivaten die de toezichthouder had geconstateerd? En, last but not least: waren de toelatingscriteria, die bepalen of een ondernemer in aanmerking komt voor compensatie volgens het redress scheme, geschikt?

Het onderzoek wordt nu gedaan naar aanleiding van aanhoudende klachten. De reacties zijn daarom voornamelijk positief, er is echter wel een belangrijk punt van kritiek: het onderzoek zal maar liefst 15 maanden duren. Dat betekent dat ondernemers die profijt zouden moeten hebben van eventuele bevindingen uit dit onderzoek nog lang moeten wachten. Hoewel wordt gesteld dat dit onderzoek niet individuele compensatieaanbiedingen openbreekt, wordt er wel gezinspeeld op meer collectieve aanpassingen (bijvoorbeeld voor groepen ondernemers die zijn uitgesloten van het redress scheme). Deze Britse muis kan dus nog een aardige staart krijgen.

Tot nog toe is steeds gebleken dat de ontwikkelingen in de UK hieromtrent zeer relevant zijn voor de Nederlandse situatie. Dat zou nu ook goed het geval kunnen zijn. Ook hier blijkt herhaaldelijk de tijdigheid van de uitvoering een heikel punt en roept het optreden van de toezichthouder ook regelmatig vragen op (zie FD 25 april 2017 – Kritiek op intrekken boete inzake derivatendossier_1; FD 26 april 2019 – Derivatendrama kan zo 0,5 mln schelenFD 14 juni 2019 – AFM kan geen sancties opleggen). Met name ook de discussie rondom de toelatingscriteria speelt in Nederland in volle omvang (zie https://www.groene.nl/artikel/pure-misleiding), omdat met name semi-publieke instellingen, die aanvankelijk door banken als ‘niet-professioneel’ zijn geclassificeerd nu alsnog buiten het Herstelkader vallen omdat ze volgens de aangepaste definitie alsnog ‘professioneel’ zijn. Maar ook het feit dat het Herstelkader een ‘vrijwillige’ compensatieregeling is, zorgt in Nederland voor problemen; als een ondernemer het niet eens is met het compensatieaanbod van de bank, dan is er geen onafhankelijke instantie waar hij met zijn klacht of bezwaar terecht kan. Enige uitzondering zijn vier specifieke onderdelen (van de vele tientallen) waarop bindend advies kan worden gevraagd van de Geschillencommissie.

Als we de voortekenen weer mogen geloven, is het niet uit te sluiten dat binnen twee jaar in Nederland ook een grootschalig onafhankelijk onderzoek naar vergelijkbare aspecten van het Herstelkader komt.

FD 27 aug 2018: ‘Rekening derivatendrama loopt op tot € 2 mrd’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps, UK

De kosten van het Herstelkader voor de banken loopt verder op tot €  2 mrd. Dat bericht het FD naar aanleiding van onderzoek naar publicatie van halfjaarcijfers van de diverse banken. Opvallend daarbij is dat een aantal banken geen of nauwelijks mededelingen doet over de voorzieningen die zij hiervoor getroffen heeft. Maar wat nog sterker opvalt, is dat de kosten voor met name ABN AMRO en Rabobank inmiddels oplopen tot 36-40% van hun jaarwinst over de laatste drie jaren.

De stijging van de kosten wordt nu vooral veroorzaakt door de hoge uitvoeringskosten die de banken moeten maken om de compensatie-brieven te kunnen versturen. De kosten zouden in de toekomst nog verder kunnen stijgen, is mijn inschatting. De meest complexe renteswap-dossiers zijn nog niet of nauwelijks behandeld door de banken en het is niet ondenkbaar dat de twee grootbanken onvoldoende zicht hebben op de impact daarvan. Die impact kan er zijn op zowel de uitvoeringskosten als op de compensatiebedragen. Immers, uit onze eigen ervaring met compensatieberekeningen voor klanten blijkt dat de meer complexe dossiers (met meerdere derivaten, leningen, herstructureringen, etc.) vaak ook hogere compensatiebedragen tot gevolg hebben. Twee jaar geleden gaf ik tegenover het FD aan dat wanneer de vergelijking met de UK wordt gemaakt, de schade voor de banken in Nederland kan oplopen tot € 3 mrd.

Lees hier het artikel uit het FD: FD 27 aug 2018 – Rekening derivatendrama loopt op tot € 2 mrd

 

Afwikkeling Herstelkader in 2020?

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

De voortgang bij de afwikkeling van het Herstelkader is teleurstellend. Op Twitter informeren wij elke maand over deze voortgang; zo blijkt op 24 april 2018 dat slechts 6% van alle klanten (die binnen het Herstelkader vallen) een definitief compensatievoorstel van hun bank hebben ontvangen. Een maand eerder was dat nog zo’n 4%. De absolute aantallen zijn laag en de progressie beperkt. De vraag is dan ook, wanneer de overige 94% een definitief compensatie-aanbod in de brievenbus kan verwachten.

In de vele artikelen die ik over dit onderwerp op mijn website heb geschreven, heb ik regelmatig de vergelijking gemaakt met de aanpak van het renteswap-probleem in de UK. Hoewel veel betrokken partijen wensen te benadrukken dat de situatie daar duidelijk anders is dan in Nederland, blijkt tot nog toe steeds het tegendeel waar te zijn. Zowel in aantallen probleemgevallen (nagenoeg gelijk) als in de aard van de problemen zijn er meer verschillen dan overeenkomsten. Wat wel een belangrijk verschil is: in de UK waren de reserveringen bij banken voor compensatie significant hoger dan in Nederland. Ook op dat vlak acht ik het echter aannemelijk dat het verschil uiteindelijk veel kleiner zal worden.

Voortgang

Wat kunnen we voor wat betref de voortgang van de afhandeling leren van de situatie in de UK? Omdat de toezichthouder FCA vaker updates gaf over de voortgang dan AFM op dit moment doet, is er een beter inzicht in de ontwikkeling in de UK op dit vlak. Daaruit blijkt, dat in het najaar van 2013 het aantal verstuurde compensatievoorstellen in de UK op een vergelijkbaar niveau lag als wat we nu in Nederland zien: in september 2013 waren 500 ‘redress determination letters’ verstuurd naar klanten en in december 2013 was dat aangegroeid tot 4.600. In Nederland ligt dat op dit moment op grofweg 1.300 compensatiebrieven, dus vergelijkbaar met oktober/november 2013 in de UK.

Uit de voortgangsrapportage van FCA uit maart 2016 is af te leiden dat uiteindelijk in september 2015 aan alle klanten een compensatiebrief was verstuurd. Dat is dus zo’n twee jaar na het peilmoment dat vergelijkbaar is met de huidige Nederlandse situatie. Als we dat zouden projecteren op de Nederlandse situatie, zou dat betekenen dat pas in april 2020 alle klanten een definitief compensatievoorstel hebben ontvangen.

Realistisch

Nu is het de vraag of dit een realistische projectie is. De aard van het Herstelkader is immers anders dan dat van de UK. Dat werkt overigens in het nadeel van de Nederlandse situatie, omdat het ‘redress scheme’ in de UK eenvoudiger in opzet is en aanzienlijk minder complexe rekenregels voor de compensatieberekening kent. Het is juist die complexiteit die een belangrijke bron van vertraging is. De AFM gaf in haar laatste voortgangsrapportage van december 2017 duidelijk aan dat er nog steeds geen realistische planning door de drie grootbanken afgegeven kan worden: “Voor deze drie banken geldt dat een realistische planning eerst kan worden afgegeven nadat de knelpunten zijn opgelost en op grotere schaal aanbodbrieven door deze banken zijn verstuurd. Dit betekent dat de door banken afgegeven planningen onzeker zijn.” Aangezien er op dit moment door de banken nog niet op grotere schaal compensatiebrieven zijn verstuurd en planningen tot op heden structureel niet zijn waargemaakt, impliceert dat dat ook de huidige planningen (‘eind 2018’) nog steeds onzeker zijn. Bij gebrek aan beter, is de indicatie op  basis van een vergelijking met de doorlooptijden in de UK momenteel misschien wel de beste. In ieder geval is er genoeg aanleiding om te vermoeden dat het rentederivatendossier niet in 2018 zal zijn afgerond.

Interventie Herstelkader noodzakelijk

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

Nu uit de laatste voortgangsrapportage opnieuw de bevestiging is gekomen dat de banken verdere vertraging hebben opgelopen in de uitvoering van het Herstelkader, is interventie noodzakelijk. Zowel AFM als de minister van Financiën hebben echter hun kans laten liggen om in te grijpen. De minister kwam niet verder dan het oordeel dat deze vertraging ‘vervelend’ is voor de gedupeerde derivatenbezitters. Gelukkig komt er nu vanuit de Tweede Kamer een roep om ingrijpen.

Sinds de voortgangsrapportage van juli 2017, heeft Cadension herhaaldelijk aangedrongen op interventiemaatregelen, omdat toen al duidelijk was dat er sprake was van ernstige vertraging en van een institutioneel probleem waarbij banken, toezichthouder en accountants elkaar in de houdgreep hebben. Deze interventiemaatregelen zijn neergelegd bij diverse betrokken partijen en omvatten de volgende praktische ingrepen:

1.Onvoorwaardelijke voorschotten

Op dit moment wordt op grote schaal met voorschotten gewerkt. Deze voorschotten zijn echter voorwaardelijk; op het moment dat de klant het definitieve compensatievoorstel, dat mogelijk pas eind 2018 volgt, niet accepteert (om wat voor reden dan ook), dan dient hij het voorschot terug te betalen. Sommige banken hanteren daar zelfs een terugbetalingstermijn van 4 weken voor. Een voorschotregeling heeft vooral zin wanneer banken deze zonder enige voorwaarde uitbetalen. Alleen dan kan een ondernemer met het ontvangen voorschot daadwerkelijk iets doen. Gezien de ontstane situatie met enorme vertraging, zou dit bovendien een positief gebaar zijn van banken naar hun klanten, die al jarenlang op een adequate oplossing wachten. Daarnaast kan het een concrete invulling zijn van de door enkele banken publiekelijk toegezegde ruimhartigheid.

Overigens is er een bank die eerder al, uit eigen beweging, op soortgelijke wijze handelde. Dit toont aan dat die ruimte er is, binnen de regels van het Herstelkader.

Deze aanpassing is nog steeds (of zelfs: juist) relevant, omdat een deel van de banken gaat werken met aanvullende voorschotten.

2. Acceptatietermijn

Volgens het Herstelkader hebben klanten een termijn van 12 weken voor acceptatie van een definitief voorstel. Deze termijn wordt door banken erg nadrukkelijk naar voren wordt gebracht; in sommige gevallen wordt in de brief gesteld dat de klant zelfs binnen 4 weken moet reageren of dat het compensatievoorstel na 12 weken vervalt. Dat is onacceptabel. Wanneer banken (als bij uitstek deskundige partij) meer dan drie jaren nodig hebben om gedupeerde klanten op een adequate manier te compenseren, kan en mag van een niet-professionele en niet-deskundige klant niet worden verwacht dat hij binnen drie maanden akkoord moet gaan met het voorstel. Een ondernemer moet de tijd en mogelijkheid hebben om het voorstel goed te kunnen doorgronden, zodat hij -al dan niet ondersteund door een second opinion- een weloverwogen beslissing kan nemen.

Deze tijdsdruk negeert de complexiteit en geschiedenis van het derivatendossier. Banken zouden zelf in hun brieven aan klanten kunnen opnemen dat het streven is om binnen drie maanden de zaak te kunnen afhandelen, maar dat de klant meer tijd krijgt indien hij dat nodig acht (zonder dat het voorstel kan komen te vervallen). Ook hier wordt wederom een beroep gedaan op de ruimhartigheid van banken.

3. Rentevergoeding

In het Herstelkader is afgezien van een compensatie voor gevolgschade, in tegenstelling tot in het ‘redress scheme’ dat in het Verenigd Koninkrijk is toegepast. Dat argument was houdbaar als gedupeerde klanten snel hun compensatie hadden ontvangen. Nu echter de uitvoering steeds meer vertraging oploopt, komt dit in een heel ander daglicht te staan. De te ontvangen compensatie  heeft vaak betrekking op een schade die ondernemers al vele jaren geleden hebben opgelopen. Nu duidelijk is dat zij recht hebben op compensatie van die schade en de uitkering daarvan vertraging oploopt, zijn zij nog steeds niet in staat om dat geld in hun bedrijf te investeren. Dat kan in voorkomende gevallen leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering. Het huidige Herstelkader houdt daarmee geen rekening.

Op dit moment worden alle schadecomponenten in het Herstelkader opgerent tegen de wettelijke rente, die momenteel op 2% ligt. Door deze rentevoet per 1 juli 2017 (de datum waarop volgens de minister de uitvoering van het Herstelkader zou zijn afgerond) aan te passen naar 8% krijgen ondernemers op het totale compensatiebedrag waarop zij recht hebben een hogere rente vergoed, ter vergoeding voor de gevolgschade (of vertragingsschade). Deze rentevergoeding is ook in het ‘redress scheme’ in het Verenigd Koninkrijk toegepast, ter compensatie van gevolgschade.

Het staat banken vrij om dit rentepercentage naar boven aan te passen naar 8%. Het Herstelkader is immers door de minister gekwalificeerd als een ‘minimumlat’ waaraan de banken moeten voldoen. Enige voorwaarde is dat het voor alle klanten op dezelfde wijze wordt toegepast. Dat hoeft echter geen probleem te zijn.

4. Klachtbehandeling

Interne klachtbehandeling bij banken op derivatendossiers ligt momenteel nagenoeg stil. Een groep van mijn klanten heeft al ruim anderhalf jaar geleden een goed onderbouwde klacht bij de bank ingediend en daarop nooit enige inhoudelijke reactie van de bank ontvangen. De bank stelt behandeling van deze klachten afhankelijk van het Herstelkader. Aangezien die uitvoering herhaaldelijk forse vertraging heeft opgelopen, wordt de behandeling van deze langliggende klachten ook steeds uitgesteld. Banken hebben hun eigen (morele) verantwoordelijkheid om ontvangen klachten op adequate wijze te behandelen, zoals dat geldt voor alle klachten die banken van hun klanten ontvangen.

 

Alle bovengenoemde maatregelen zijn in te voeren zonder inhoudelijke aanpassing van het Herstelkader. Banken kunnen die zelfstandig doen, zonder dat daarvoor toestemming van AFM nodig zou zijn.

Enkele Tweede Kamer leden hebben de maatregel voor de hogere rentevergoeding al naar voren gebracht. Hopelijk komen in de daarop volgende discussie ook de andere maatregelen naar voren, zodat ook in dit proces het klantbelang centraal komt te staan.

 

Derivatenproblematiek legt veel diepere wond bloot

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

De voortgangsrapportage van AFM die op 8 december 2017 het licht zag, bevat vooral oud nieuws. Er is opnieuw vertraging en zelfs de nieuwe door de banken afgegeven planningen zijn onzeker.

Oud nieuws

Meest opvallend is dat AFM een aantal oorzaken opsomt die aanleiding tot vertraging geven bij de banken. Zo schrijft AFM in de samenvatting:

De vertraging is met name het gevolg van automatiseringsproblemen en problemen met data. De kwaliteit van de historische data van banken is niet in alle gevallen voldoende om efficiënt de compensatie op grond van het UHK te kunnen berekenen en controleren. Verder geldt dat de rentederivatendossiers van klanten zeer verschillend zijn en vaak bijzonder complex en dat heeft gevolgen gehad voor (de praktische uitwerking van) het UHK. Mede door deze knelpunten blijkt de uitvoering van het UHK in de praktijk complexer dan de banken, de externe dossierbeoordelaars en de AFM hadden voorzien. Dit betekent ook dat de door banken afgegeven planningen onzeker zijn. 

Deze constatering stond ook al in het voortgangsrapport van AFM uit juni van dit jaar. Ook toen was dus al bekend dat dit voor problemen zorgde. Blijkbaar is daar in het afgelopen half jaar onvoldoende vooruitgang geboekt om alsnog tot concrete compensatievoorstellen van klanten te komen. Bovendien heeft ABN AMRO al twee jaar geleden van dezelfde AFM een boete gekregen vanwege het niet op orde hebben van rentederivatendossiers.

Dat dossiers complex kunnen zijn, is al tenminste vier jaar bekend. Sinds 2014 heb ik samen met het Kenniscentrum Rentederivaten (KCR) tientallen klantdossiers in detail met AFM gedeeld, om inzicht te geven in de aard en de complexiteit van de problemen. Het is opmerkelijk dat de banken, anderhalf jaar nadat de eerste versie van het Herstelkader is gepubliceerd, nog steeds geen inschatting kunnen maken of en hoe zij de vereiste dossiers kunnen samenstellen. Dat het niet om een beperkt aantal dossiers gaat die complex zijn, blijkt wel uit het feit dat pas slechts 400 compensatievoorstellen naar klanten zijn verstuurd. Zelfs de ‘makkelijke’ dossiers blijken dus een serieus struikelpunt voor de banken.

Daar bovenop is er op deze moment nog steeds een groep klanten die niet van zijn bank te horen heeft gekregen of zij binnen het toepassingsbereik van het Herstelkader passen. Deze ‘stap 0’,  die voorafgaat aan de compensatiestappen 1 tot en met 4, vormt blijkbaar een hardnekkig probleem. De oplossing daarvan blijkt keer op keer vertraagd en banken kunnen niet aangeven wanneer zij deze klanten definitief kunnen informeren. Als het zó moeilijk ligt, zou een overweging kunnen zijn om al deze klanten binnen het toepassingsbereik te plaatsen.

De complexiteit van de dossiers vormt een belemmering voor de automatisering van de compensatieberekening, zoals de banken die voor ogen hadden. Op basis van de meer dan honderd door ons uitgevoerde compensatieberekeningen voor klanten is onze belangrijkste conclusie dat de toepassing van het Herstelkader telkens weer maatwerk is, ook al heet het een Uniform Herstelkader. Die conclusie hebben we in een beginstadium met alle betrokken partijen gedeeld. Verwacht zou mogen worden dat de banken die ervaring zelf ook hadden kunnen (en moeten) opdoen in eigen test-berekeningen. Desondanks is volgens de verschillende voortgangsrapportages van AFM vol ingezet op automatisering.

Diepe wond

Maar deze voortgangsrapportage legt veel grotere problemen bloot. En in dat opzicht bevat de voortgangsrapportage wél nieuws. Bijvoorbeeld dat derivaten- en leningsystemen vaak niet gekoppeld zijn en dat handmatig derivaten aan leningen moeten worden gekoppeld. Rentederivaten zijn door banken als maatwerkproducten verkocht, die nauw moeten aansluiten op de onderliggende lening. Dat dient niet alleen bij aanvang zo te zijn, maar moet ook gemonitord worden gedurende de looptijd. Als het leningsysteem en het derivatensysteem niet aan elkaar gekoppeld zijn, is die monitoring nagenoeg onmogelijk. De grote vraag is dan ook hoe banken hiermee zijn omgegaan en hoe dat past in het kader van hun zorgplicht naar klanten. Het feit dat deze systemen los van elkaar staan, lijkt overigens meteen een belangrijk probleem in de vele derivatendossiers te verklaren, omdat derivaten vaak niet goed aansluiten op de lening.

De wond is echter dieper. De afgelopen vier jaar staat één woord telkens centraal in de voortgangsrapportages en berichten van AFM: ‘vertraging’. Dat gaat nu nog een stap verder. Nu wordt zelfs gesteld dat de door de banken afgegeven planningen onzeker zijn. En dat pas een realistische planning kan worden gegeven als de knelpunten zijn opgelost. Dat impliceert dat er op dit moment nog geen zicht is op een termijn waarop de knelpunten kunnen worden opgelost. Dat wekt de indruk van een onbeheersbaar probleem. Dat roept de vraag op wat de kwaliteit van projectmanagement is van de banken op dit punt én hoe de AFM hierop toezicht heeft gehouden. AFM is zelf immers al eerder op dit punt ernstig gestruikeld. Deze aspecten zijn een ander, en wellicht veel breder én ingrijpender, probleem dat nu is blootgelegd.

Dat de banken verantwoordelijk zijn voor een goede uitvoering van het Herstelkader, is onbetwist. Maar de diepste wond die uit deze voortgangsrapportage naar voren komt, zit bij de AFM. Al vier jaar lang houdt zij zich bezig met dit onderwerp. Twee jaar geleden is gebleken dat AFM op dit rentederivatendossier op alle punten heeft gefaald. Nadat de minister van Financiën moest ingrijpen, is er door een onafhankelijke Derivatencommissie een compensatiestructuur opgezet, waarbij AFM toezicht moet houden op de uitvoering ervan. Ook in dat toezicht faalt AFM. De voortgangsrapportage is niet meer dan een verslag van de stand van zaken bij de banken; de NVB (Nederlandse Vereniging van Banken) had dit verslag ook kunnen opstellen. AFM geeft geen kwalificaties, grijpt niet in, stuurt niet bij en geeft geen boetes. Wederom blijkt AFM op dit punt een wijkagent met een klappertjespistool. In deze setting heeft toezichthouden geen zin. Het is de hoogste tijd dat er vanuit de politiek wetgeving wordt ontworpen die toezichthouders een duidelijk mandaat geeft. Het ontbreken van dat mandaat is naar mijn inschatting de belangrijkste reden dat Femke de Vries, die als eerste vanuit de AFM krachtig heeft geopereerd in dit dossier, voortijdig AFM verlaat.

Grootste wond

De grootste wond zit uiteindelijk bij de MKB-ers en andere gedupeerden met rentederivaten. Zij wachten nog steeds op een adequate compensatie. Onzekerheid over omvang van de compensatie en het moment waarop ze die compensatie zullen ontvangen is alleen maar groter geworden. Daar past op zijn minst een aanpassing in de compensatie naar hen. In dat kader heb ik in juni 2017 aan diverse betrokken partijen voorgesteld om de rentevergoeding op de compensatie aan te passen van 2% (de huidige wettelijke rente) naar 8%. Die hogere rentevergoeding is een vergoeding voor de gevolgschade (of vertragingschade) die klanten ondervinden. In Engeland is van meet af aan de rentevergoeding om die reden op 8% gezet. Bovendien is dat een goede drijfveer voor de banken om sneller en ruimhartiger met de afwikkeling van de compensatie om te gaan.

 

Das Kapital: ‘Staat banken swapclaim des doods te wachten?’

Media, Rentederivaten, Renteswaps, UK

Das KapitalOp Das Kapital is een artikel gepubliceerd over de mogelijke claims die banken nog boven het hoofd hangen, ook al is er een Herstelkader. Daarbij wordt, op basis van onderzoek en artikelen van Cadension, onder andere een vergelijking gemaakt met de Britse situatie.

Lees hier het artikel: ‘Staat banken swapclaim des doods te wachten?

 

Engeland laat valkuilen zien

AFM, Rentederivaten, Renteswaps, UK

Afgelopen weken is in de media regelmatig aandacht besteed aan de ‘fabrieken’ die bank inrichten om de compensatieregeling volgens het Herstelkader uit te voeren. Honderden mensen per bank worden hiervoor speciaal vrijgemaakt of extern aangetrokken. Dit moet er toe leiden dat eind 2017 alle klanten met rentederivaten een compensatievoorstel van hun bank hebben ontvangen. Alleen Rabobank heeft aangegeven dat het kan doorlopen tot 2018.

Het is -voor alle betrokken partijen- moeilijk in te schatten of dit haalbaar is. Omdat eerst de werkprocessen moeten worden ingericht-en goedgekeurd door AFM- zal het lastig zijn om een goede inschatting te maken van de doorlooptijd per dossier. Vervolgens kunnen vanuit klanten nog vragen komen naar aanleiding van het voorstel. Deze gesprekken en eventuele aanpassingen in het voorstel kunnen de totale doorlooptijd verlengen.

Doorlooptijd

In die zin is het aardig om weer eens naar de UK te kijken, waar ze dit hele proces inmiddels achter de rug hebben. De opzet van het Nederlandse Herstelkader vertoont veel gelijkenissen met de ‘redress scheme’ die daar is uitgevoerd voor renteswaps. Bovendien gaat het om een vergelijkbare aantal derivatendossiers. Daar heeft het gehele proces 3 jaar geduurd. En zijn er in totaal 3.000 mensen direct betrokken bij de uitvoering van dat proces. Dat roept toch wel de vraag op of Nederlandse banken met in totaal (naar schatting) maximaal 1.000 mensen dit proces in een veel kortere tijd kunnen afronden. Dat zou namelijk betekenen dat 4-5 keer zo efficiënt zou moeten worden gewerkt. Is dat realistisch? En wie ziet er op toe dat dit proces niet nogmaals uit de hand loopt met doorlooptijden, zoals eerder al het geval was?

Daar komt bij dat het ‘redress scheme’ in de UK eenvoudiger van opzet lijkt dan de Nederlandse evenknie. In de UK wordt namelijk in de herbeoordeling veel meer aandacht besteed of de bank wel het juiste advies heeft gegeven. Dat kan soms leiden tot een ‘full tear up’, waar bijvoorbeeld gestructureerde rentederivaten in zijn geheel wordt teruggedraaid en alle betalingen worden vergoed; in het Herstelkader moeten die producten worden vergeleken met een fictieve ‘gewone’ renteswap. Een andere compensatiemaatregel in de UK is dat de looptijd van de renteswap kan kan worden verkort.De gemiddelde compensatie in de UK ligt daardoor overigens duidelijk hoger, zoals in een eerder artikel al beschreven.

Die berekeningen zijn relatief eenvoudig te maken. In Nederland is dat slechts een onderdeel van de compensatie. Daarin ligt de nadruk veel meer op het herstellen van technische mankementen tussen leningen en renteswaps. Dat is een veel intensievere analyse, omdat daarvoor alle leningdocumentatie (inclusief alle tussentijdse wijzigingen) in detail moet worden beoordeeld. Kortom, de Nederlandse berekeningen lijken juist complexer, en daardoor tijdrovender.

 

‘Niet-professioneel’

Dan is er nog een heikel punt met de toelatingscriteria voor het Herstelkader. Dit is alleen toegankelijk voor klanten die ‘niet-professioneel’ en ‘niet-deskundig’ zijn. Aan de deskundigheidstoets kan vrijwel geen enkele MKB-er voldoen, dus dat zal doorgaans niet tot een uitsluiting leiden. Om te beoordelen of een klant ‘niet-professioneel’ is, gelden de zogenaamde omvangscriteria. Het balanstotaal mag niet hoger dan € 20 mln zijn, de omzet niet meer dan € 40 mln en het eigen vermogen niet meer dan € 2 mln. Deze regel gold destijds ook al, ten tijde van het afsluiten van de renteswaps. Nu is het echter zo, dat in sommige gevallen klanten destijds volgens die omvangscriteria ‘professioneel’ waren (en de bank wist dat, want die had de jaarcijfers van deze klanten), maar desondanks toch door de bank als ‘niet-professioneel’ werden geclassificeerd. Precies deze groep klanten wordt nu door het Herstelkader buitengesloten en dat is principieel onterecht. In de UK speelde twee jaar geleden al exact hetzelfde probleem en heeft Bully Banks stevige discussie hierover gevoerd. De banken en AFM zijn door ons op dit punt gewezen, maar houden strikt vast aan het Herstelkader. Dit betekent dat banken misleidend hebben gehandeld, zowel destijds bij de advisering van de renteswap als daarna (tijdens de looptijd). Zij hebben namelijk de klant de gerechtvaardigde indruk gegeven dat zij een hogere mate van bescherming genieten uit hoofde van de zorgplicht door hen bewust te classificeren als ‘niet-professioneel’, terwijl de bank wist -althans behoorde te weten- dat deze klanten als ‘professioneel’ moest worden geclassificeerd. Nu het op die bescherming aan komt, laten de banken én AFM deze klanten in de kou staan. Dat is op geen enkele manier uit te leggen. Gelukkig biedt het arrest van het Hof eerder deze week ook deze groep nog perspectief; dat betekent wel dat ze eerst naar de rechter zullen moeten gaan om hun gelijk te halen. En dat is nu precies wat het Herstelkader wilde voorkomen.

Zo zitten er de nodige risico’s rondom de uitvoering van het Herstelkader. Cadension blijft dit namens haar klanten strak monitoren.

 

 

Schade naar € 2,7 miljard in UK

AFM, Rentederivaten, Renteswaps, UK

FCADe Britse toezichthouder FCA heeft deze week een nieuwe update gepubliceerd over de voortgang van de herbeoordelingen van rentederivaten in de UK. Inmiddels is aan 17.600 ondernemers een voorstel gestuurd. Hoewel nog steeds blijkt dat er in 90% van de gevallen sprake was van verkoop van renteswaps die niet aan de eisen van de toezichthouder voldoet, is door de banken vastgesteld dat er in 3.428 gevallen geen sprake is van schade of van misleidende verkoop. In alle andere gevallen dus wel.

Inmiddels zijn 12.540 compensatievoorstellen van de bank door ondernemers geaccepteerd. Daar gaat een schadevergoeding mee gemoeid van ruim € 2,7 miljard. Dat is een gemiddelde compensatie van ruim € 217.000 per geval. Blijkbaar liggen nog bij 1.632 ondernemers voorstellen van de bank die nog niet door diezelfde ondernemer is geaccepteerd, om wat voor reden dan ook. Stel dat in die gevallen uiteindelijk ook deze gemiddelde schadevergoeding zal worden betaald, dan zal de totale vergoeding oplopen tot ruim € 3,0 miljard.

Ondanks het feit dat deze enorme bedragen de suggestie wekken dat de herbeoordelingen door de banken grondig zijn aangepakt, is de praktijk anders. De FCA ligt stevig onder politiek vuur, omdat zij niet transparant is geweest over de afspraken die ze met banken heeft gemaakt met betrekking tot de herbeoordelingen. De grote accountantsbureau’s, die door de banken zijn ingehuurd om de herbeoordelingen van de bank te beoordelen, blijken hun werk te moeten doen op basis van onvolledige dossiers die ze van de bank kregen. Ook in rechtszaken wordt bepleit dat er geen (of onvoldoende) sprake is van een ‘fair redress’. Het is dus nog niet gezegd dat het bij deze € 3,0 miljard zal blijven. Een recent onderzoek van dagblad The Independent kwam zelfs met een mogelijke schade van in totaal zelfs € 30 miljard.

FCA kan nog niet rusten

AFM, Buitenland, Rentederivaten, Renteswaps, UK

IMG_1106Op donderdag 4 december vergaderde het Britse House of Commons voor de derde keer over rentederivaten in het MKB en de problemen die daardoor zijn ontstaan.  Guto Bebb, voorzitter van de ‘All Party Parliamentary Group on Interest Rate Swap Mis-selling’, een commissie waarin alle politieke partijen zijn vertegenwoordigd, zet zich al jarenlang in voor een adequate aanpak.

Dit debat was aanleiding voor gedupeerde MKB’ers om te demonstreren voor het House of Parliament, om duidelijk te maken dat nog lang niet alle problemen zijn opgelost. Aansluitend was er een bijeenkomst georganiseerd door Bully Banks, om het debat live te kunnen volgen en om dieper op de inhoud in te gaan, onder andere met Guto Bebb. Daarbij was ik uitgenodigd om toe te lichten hoe de herstelacties in Nederland worden aangepakt en wat de resultaten daarvan zijn.

Engeland loopt een jaar voor op Nederland

Het debat ging over de herstelacties (‘redress scheme’) dat onder toezicht van de FCA (de evenknie van AFM) door de banken wordt uitgevoerd. Dat heeft er toe geleid dat er inmiddels voor bijna € 2 miljard aan schade is uitgekeerd door banken. Met deze aanpak loopt Engeland ruim een jaar voor op ontwikkelingen in Nederland. De aanpak van de FCA wordt daarom vaak als voorbeeld gesteld voor andere landen, zoals Nederland.

Toch zitten er rafelranden aan de herstelacties in Engeland. Zo wordt een groot deel (één op de drie, ofwel meer dan 10.000 bedrijven) van het MKB  uitgesloten van herstelacties omdat ze niet aan de criteria zouden voldoen. Volgens die criteria zijn de bedrijven namelijk als ‘sophisticated’ klanten te betitelen, wat veronderstelt dat ze voldoende kennis en deskundigheid hebben met betrekking tot rentederivaten. Maar zoals een parlementslid gisteren in het debat zei, daar zitten vele bedrijven tussen die qua omzet misschien wel groot zijn, maar qua bedrijfsvoering nog steeds een klein familiebedrijf zijn. Waar de boekhouder tevens ‘financieel directeur’ is. 

Onafhankelijke herbeoordeling

Op het moment dat een bank een interne herbeoordeling heeft gemaakt van het advies en het product, formuleert de bank een voorstel voor de eventuele herstelactie. Die voorstellen voor individuele herstelacties worden vervolgens gecontroleerd door onafhankelijke beoordelaars. Dat zijn de grote accountantskantoren en die worden betaald door de banken. Gisteren kwam een klokkenluider naar buiten mer het verhaal dat hij als accountant daarbij onder druk werd gezet door de bank om de voorstellen van de bank goed te keuren. Vooral wanneer het ging om voorstellen waar de belangen groot waren en de voorstellen relatief zuinig. Overigens, deze accountantskantoren moeten hun oordeel vellen op basis van het dossier dat zij van de bank krijgen. Als de bank belangrijke informatie achterhoudt (bewust of onbewust) of simpelweg geen volledig dossier heeft aangelegd, dan wordt op basis van onvolledige informatie een besluit genomen. Aan de klant wordt het echter vervolgens verkocht als een voorstel dat in feite door de FCA is goedgekeurd (want het voldoet aan haar regels). En diezelfde klant mag het dossier (waarop de herbeoordeling is gebaseerd) onder geen beding zien.

Inconsistentie

Een veelgehoord bezwaar in het debat was het gebrek aan consistentie bij de herbeoordeling. Zo blijkt bijvoorbeeld dat bij de kleinere schadegevallen structureel relatief meer schade wordt uitgekeerd dan bij grote zaken. Terwijl uit onderzoek blijkt dat dit in de meerderheid van de gevallen niet inhoudelijk te beargumenteren is.

In beroep

Al deze problemen zouden nog ondervangen kunnen worden, als de gedupeerde ondernemers (die ná zo’n herbeoordeling nog steeds het gevoel hebben dat ze onvoldoende worden gecompenseerd) in beroep kunnen gaan. Die mogelijkheid is er niet in de UK, anders dan naar de rechter te stappen. Dat is echter voor veel kleine ondernemers een paar bruggen te ver. En dat leidt tot schrijnende verhalen van kleine familiebedrijven die hierdoor zowel zakelijk als privé aan de grond zijn geraakt.

Meer overeenkomsten dan verschillen

Het debat werd stevig gelardeerd met concrete voorbeelden van de gedupeerde ondernemers. Elk ‘MP’ had wel een verhaal uit zijn regio te vertellen. Die verhalen van de ondernemers zijn zeer vergelijkbaar met die van Nederlandse ondernemers. De reactie van Britse banken is vergelijkbaar met die van Nederlandse banken. En de worstelingen van de Britse toezichthouder om tot een goede oplossing te komen (samen met de banken), zijn ook hetzelfde. De kans dat we een soortgelijk debat binnen een jaar ook in de Tweede Kamer gaan krijgen, acht ik zeer groot. Het zou daarom helemaal niet zo gek zijn als vanuit de politiek en toezichthouder gewerkt zou worden aan een internationale aanpak.

 

 

Banken in UK hebben € 1,9 miljard schade uitgekeerd

AFM, Rentederivaten, Renteswaps, UK

FCADe Britse toezichthouder FCA heeft vorige week weer een update gepubliceerd over de voortgang van schadeherstel door banken aan klanten, naar aanleiding van misleidende verkoop van rentederivaten. Het Financieele Dagblad berichtte al dat in de UK voor ruim € 1,9 miljard aan schade is uitgekeerde aan gedupeerde klanten met rentederivaten.

Ruim 19.000 gevallen zijn in de herstelacties meegenomen en inmiddels zijn aan 16.800 klanten concrete voorstellen voor herstel gestuurd. Van die voorstellen zijn er 9.858 door de klanten geaccepteerd. De totaal uitgekeerde schade is nu opgelopen tot ruim € 1,9 miljard. Dit bedrag zal dus verder oplopen, naarmate de nog openstaande voorstellen door klanten worden geaccepteerd. Als het gemiddelde schadebedrag gelijk blijft (€ 200.000 per geval), kan de totale uit te keren schade oplopen tot € 3,3 miljard.

De banken hebben vastgesteld dat er in 2.849 gevallen geen compensatie nodig is, omdat er in die gevallen geen sprake zou zijn van misleidende verkoop.

De FCA verwacht dat het proces eind dit jaar kan worden afgerond, dat in mei 2013 is gestart. Alle rentederivaten die aan ‘non-sophisticated clients’ zijn verkocht sinds 2001 waren onderdeel van deze review. In Nederland is de AFM nog met de banken in gesprek om te bepalen over hoever zij moeten terugkijken in de tijd. Het is opmerkelijk dat AFM hierover blijkbaar met de banken onderhandelt; beter zou zijn als zij zelfstandig hierover een oordeel velt en dit oplegt aan de banken. Een startmoment van 2001 zou een goed uitgangspunt zijn.

Volgens de AFM gaat het in Nederland om 17.000 rentederivaten. Hoewel dat qua aantal gelijk is met de UK, hebben de banken toegezegd dat zij voor het einde van het jaar de herbeoordelingen daarvan hebben afgerond. Dat is een stuk sneller dan de anderhalf jaar in de UK. Vanzelfsprekend is dat positief nieuws, maar tegelijkertijd ook een waarschuwing voor gedupeerde klanten om grondig naar de voorstellen van de bank te kijken.

Hoewel ze in de UK veel verder zijn met het uitkeren van schadevergoedingen, is er op het systeem van herbeoordeling het nodige aan te merken. Eerder deze week verscheen daarover al een artikel op deze website: ‘Best practices’ uit de UK direct toepasbaar in Nederland