Viewing posts categorised under: Nieuws

Verhuisd

Nieuws

Met ingang van 1 mei 2020 is het adres gewijzigd in Zijlstraat 78-I, 2011 TR in Haarlem. Daarmee is Cadension nog steeds te vinden in de binnenstad van Haarlem en uitstekend te bereiken met het openbaar vervoer. Als u met de auto komt, dan is de dichtstbijzijnde parkeergarage Raaks (Zijlvest 45). U bent van harte welkom!

Het gebouw is in 1913 gebouwd en ontworpen door de architect Jacob van de Bank in opdracht van het Haarlemse kassiers- en effectenkantoor ‘Brinkman & Co’.

Duidelijkheid DNB en AFM noodzakelijk

Nieuws

In de afgelopen jaren zijn diverse fundamentele aspecten van renteswaps, en de manier waarop deze worden gecombineerd met Euribor-leningen, aan de orde gesteld. Toch zijn die vragen nog steeds niet beantwoord door de betrokken toezichthouders. Nu komende week het Uniforme Herstelkader Rentederivaten MKB definitief wordt afgerond, wordt het hoog tijd dat AFM en DNB duidelijkheid geven over deze zaken.

Negatieve waarde = obligo

Dat de banken de negatieve waarde van een renteswap meerekenen in het obligo van de klant, is inmiddels bekend. Dat dit gevolgen kan hebben voor klanten, spreekt voor zich. Toch heeft AFM zich nog steeds niet hierover uitgesproken, sinds haar misvatting die zij in haar rapport hierover heeft gepubliceerd. Hiermee krijgen klanten niet alleen een onvolledig beeld van de problematiek, maar hebben banken de mogelijkheid om te verwijzen naar het (foutieve) rapport van AFM om onder deze discussies uit te komen.

Een ander aspect hiervan is, dat banken mogelijk die totale uitstaande negatieve waarde bij haar klanten niet hebben opgenomen in hun balans. Dat zou betekenen dat enkele miljarden aan krediet zou ontbreken op de balansen van de banken. En dat hun kredietrisico, gemeten in Risk Weighted Assets, wordt onderschat. Drie jaar geleden bedroeg die negatieve waarde naar schatting € 4 miljard. Zowel voor toezichthouder DNB als voor beleggers in banken is het van belang om te weten of dit correct is verwerkt.

Mismatch looptijden

Met grote regelmaat blijkt dat 10-jarige renteswaps zijn gecombineerd met Euribor-leningen met een veel kortere looptijd, soms zelfs met ‘onbepaalde looptijd’ en met rekening courant kredieten. Dat stelt de bank in staat om volgens de Basel-regels mogelijk een lager kapitaal aan te houden voor het verstrekte krediet, wanneer dat wordt vergeleken met een lening met een looptijd van 10 jaar. De vraag aan DNB is daarom, hoe dit verwerkt is in de door de bank gemeten Risk Weighted Assets en hoe daarmee rekening is gehouden bij de Asset Quality Review. Ook dit aspect heeft potentieel tot gevolg dat de Risk Weigthed Assets van de banken hoger zijn (en kapitaalratio’s lager) dan wat zij zelf communiceren.

Column MKB Servicesk: ‘Hoe werkt herstelkader rentederivaten?’

Media, Nieuws, Rentederivaten, Renteswaps

MKB Servicedesk
Wat kunt u verwachten van de bank, nu de Derivatencommissie het herstelkader rentederivaten heeft opgesteld? Vereist dit verdere actie en voorbereiding van uzelf? Cadension schreef hierover een column voor MKB Servicedesk.

Via deze link kunt u de column lezen: Hoe werkt herstelkader rentederivaten?

Rentemarge ING hoogste in 7 jaar

Nieuws

De netto rentemarge van ING is in het derde kwartaal van 2016 gestegen naar 1,55%. Eenvoudig samengevat komt het er op neer dat de bank het beschikbare geld gemiddeld tegen 1,55% hogere rente uitzet dan het tarief waartegen de bank het inkoopt (‘cost of funds’). In de ‘analyst presentation’ van deze kwartaalcijfers laat ING grafisch zien hoe deze rentemarge zich over de recente periode heeft ontwikkeld.

ing-analysts-presentation-2016q3

Hieruit komt een relatief stabiel beeld naar voren, waaruit blijkt dat de rentemarge van ING in het verleden ook al op ongeveer dit niveau lag en -na een dip in 2015- inmiddels weer hersteld is naar het oude niveau. ING geeft in haar presentatie aan dat de deze trend de volatiliteit van de rente-resultaten van de divisie Financial Markets reflecteert.

Uit-zoomen

Wanneer over een langere periode naar de ontwikkeling van de rentemarge van ING wordt gekeken, ontstaat een ander beeld. Op basis van de ‘analyst presentations’ die ING op haar website publiceert sinds 2010, heb ik de netto rentemarge vanaf het eerste kwartaal van 2009 op een rij gezet. Dat levert de volgende grafiek op.

rentemarge-ing-2009-2016_cadension

Uit deze grafiek is af te lezen dat de rentemarge begin 2009 1,17% was en daarna relatief snel is gestegen naar een niveau van 1,47% in het vierde kwartaal van 2010. In het tweede kwartaal van 2012 was deze weer fors lager, namelijk 1,26%. Om daarna te stijgen naar de niveau’s die ING in haar laatste presentatie laat zien.

Vanuit deze tijdshorizon bekeken is de rentemarge niet zo stabiel als ING suggereert met de grafiek in haar presentatie. En is de nu gepresenteerde rentemarge van 1,55% niet alleen de bovenkant van de range over de afgelopen twee jaar, maar duidelijk de hoogste rentemarge die ING in de afgelopen zeven jaar heeft gerealiseerd.

Trend?

Voor zowel aandeelhouders, klanten als toezichthouders is het interessanter om naar deze ontwikkelingen op langere termijn te kijken en wat daarachter de drijvende krachten zijn geweest. In hoeverre is bijvoorbeeld het beleid van de ECB van invloed op deze rentemarge? Dat kan namelijk inzicht geven in de mogelijke toekomstige ontwikkeling van de rentemarge, op het moment dat de ECB haar beleid gaat wijzigen. Dat is van belang, omdat de rentemarge een cruciale bron van inkomsten is voor de bank.

Voor klanten is de boodschap ook duidelijk; als er nog sprake is van een ‘liquiditeitsopslag’ in de financieringsrente, dan bent u sponsor geweest van bovenstaande grafiek. Want uit dezelfde presentatie blijkt ook dat de risicokosten voor de bank de laatste jaren juist zijn gedaald.

AFM grijpt in op proces, niet op inhoud

Nieuws

Op 1 maart kwam het verlossende woord van AFM: er komt een herstelkader voor rentederivaten, waarin banken gedetailleerd wordt voorgeschreven hoe zij in specifieke gevallen ondernemers met rentederivaten moet compenseren. Een aantal prominente, onafhankelijke deskundigen gaat leiding geven aan dit proces.

Voorwaarts

Dat is een flinke stap voorwaarts en zal ongetwijfeld gaan leiden tot hogere compensatiebedragen en tot meer gevallen die gecompenseerd moeten worden. Dat de banken minder interpretatieruimte krijgen voor het toepassen van de criteria, is toe te juichen. Evenals dat álle derivatencontracten opnieuw onder het vergrootglas gaan, ook de contracten die vóór april 2014 zijn beëindigd en ook de contracten waarvoor de bank al een compensatie heeft betaald. Het initiatief wordt nu bij de banken weggehaald, en dat is terecht gezien het feit dat de banken de deadline voor herbeoordelingen eerder al hadden overschreden en dat herbeoordelingen van renteswaps bovendien ‘onvolledig en onjuist’ waren uitgevoerd door de banken.

Gemiste kans

Wat vooral opvalt, is dat AFM deze unieke kans uiteindelijk maar zeer beperkt heeft benut. De voorgestelde aanpak heeft veel weg van de manier waarop exact dezelfde problematiek (met vergelijkbare omvang) in het Verenigd Koninkrijk is aangepakt. Het startschot werd daar al vier jaar geleden, in 2012 gegeven door de FCA. Hoewel er veel kritiek is op de gevolgde aanpak, heeft de FCA toch op een aantal punten kordater opgetreden dan AFM nu laat zien:

  1. De FCA heeft complexe, samengestelde derivatenconstructies (zoals Super Collars, Winstdelend Renteplafond, Zero-Cost Kock In Collars) bestempeld als producten die niet aan ‘niet-professionele’ ondernemers geadviseerd hadden mogen worden. Hetzelfde geldt voor constructies waarbij de bank eenzijdig het recht heeft om tussentijds een renteswap te beëindigen of juist te verlengen. Dat is namelijk niet in het belang van de klant. In Nederland zijn deze producten op vrij grote schaal verkocht.
  2. Over het toegekende schadebedrag wordt een jaarlijkse rente van 8% vergoed. Dat relatief hoge percentage is deels ook een vergoeding voor de gevolgschade die ondernemers hebben gelopen, doordat zij te hoge betalingen hebben moeten doen in het verleden.
  3. Een Cap (renteplafond) wordt al sinds 2013 door de FCA gezien als een relevant alternatief voor een renteswap. Banken in Nederland verzetten zich tegen elke vergelijking met een Cap en zijn niet bereid om te beoordelen of destijds een ander product beter geschikt was geweest.
  4. Ook in het VK was de oorspronkelijke doelgroep voor de herbeoordeling van rentederivaten het ‘niet-professionele’ MKB. Dat is later echter aangepast, omdat duidelijk werd dat soms ondernemingen onterecht als ‘professioneel’ waren ingedeeld door de bank, terwijl zij onvoldoende kennis en ervaring hebben met rentederivaten. Dat waren bijvoorbeeld kleine familiebedrijven waar de boekhouder tevens ‘financieel directeur’ is. Het totale uitstaande bedrag aan rentederivaten bij het volledige MKB in Nederland is € 51 miljard, bijna twee keer zoveel als het door de banken opgegeven bedrag bij het ‘niet-professionele’ MKB.
  5. Er zijn ‘independent reviewers’ aangesteld die het proces bij de banken toetsen aan het herstelkader. Die moeten voldoen aan criteria die de FCA heeft vastgesteld en de geschikte partijen worden door de toezichthouder aangewezen. Meestal zijn dat de grote advocatenkantoren en de grote accountantskantoren. Doordat de situatie in Nederland al lang voortduurt, zijn al deze partijen eerder al (en nog steeds) door de banken bij de herbeoordelingen ingeschakeld. En kunnen zij dus niet meer als onafhankelijk worden beschouwd. Het is dus de vraag wie die rol nog op zich kan nemen.
  6. In het VK is een medewerker van zo’n accountantskantoor, dat optrad als ‘independent reviewer’, als klokkenluider opgestaan; hij heeft verklaard dat hij door de bank onder druk werd gezet om akkoord te gaan met ‘zuinige’ compensatievoorstellen voor gedupeerde ondernemers.
  7. Het klantdossier dat de bank aan de ‘independent reviewer’ werd overhandigd, bleek soms bewust niet compleet te zijn. Belangrijke informatie werd achtergehouden, om op die manier een lagere compensatie goedgekeurd te krijgen.
  8. De FCA heeft concrete richtlijnen opgesteld om te beoordelen of er sprake is van ‘mis-selling’ (misleidende verkoop).
  9. Volgens de FCA moet worden vastgesteld of er wel een onderbouwde en terechte reden was voor de bank om het afsluiten van een renteswap verplicht te stellen, als voorwaarde in de financieringsovereenkomst. Dan moet het kredietcomité daarover dus een uitspraak hebben gedaan.
  10. Er moet gekeken worden of de voorwaarde dat een renteswap moest worden afgesloten en de informatievoorziening over rentederivaten wel ruim van tevoren is besproken. De klant moet immers tijd hebben om een goede overweging te maken. Als dat allemaal in een heel kort tijdsbestek gebeurde, en dat is helaas nogal eens het geval, dan pleit dat niet voor de bank.

Al deze punten zijn al jarenlang bekend en terug te vinden in publicaties van de FCA en in dagbladen. Vóórdat de AFM het proces feitelijk uit handen geeft aan de onafhankelijke deskundigen, had AFM bijvoorbeeld op bovenstaande punten al publiekelijk duidelijkheid kunnen geven over de randvoorwaarden en de spelregels die gehanteerd moeten worden. Zoals het er nu naar uit ziet, is dat nu onderdeel geworden van de gesprekken die tussen banken en de onafhankelijke deskundigen plaatsvinden. En dat zal de voortgang zeker niet ten goede komen en vormt mogelijk de basis voor nieuwe valkuilen. Belangrijker nog: (potentieel) gedupeerde ondernemers weten nog steeds niet wat hen staat te wachten en wat wel/niet gedoogd wordt door de toezichthouder.

Lakmoesproef voor rentederivaten

AFM, Nieuws, plofderivaten, Rentederivaten, Renteswaps, risicoprofiel

Wanneer het gaat over rentederivaten, gaat het ook al snel om regelgeving. Want waar uitwassen zijn, wordt al snel naar de overheid en toezichtshoudende instanties gekeken om in te grijpen. En die uitwassen zijn er zeker bij het gebruik van rentederivaten, zowel in de (semi)publieke als de private sector. Met vaak een grote financiële impact.

Nu is regelgeving lang niet altijd een goede oplossing. Het heeft namelijk het risico dat het zelfdenkend vermogen van de gebruiker op een laag pitje wordt gezet; die houdt zich aan de regels en leeft in de veronderstelling dat daarmee alles in orde is. Dat is bewuste of onbewuste risico-blindheid. In sommige gevallen kan ingrijpen echter wel zinvol zijn.

Gok-element

Zo zijn er diverse rentederivaten in omloop waarvan objectief kan worden vastgesteld dat ze niet passen bij het effectief beheersen van renterisico’s. Een sprekend voorbeeld daarvan zijn de zogenaamde ‘extendible leningen’, eerder ook al leningen met ingebouwde ‘plofderivaten’ genoemd. Deze komen vooral veel voor in de (semi)publieke sector, zoals woningcorporaties, maar ook in de private sector. Het product klinkt heel vriendelijk, namelijk als een lening die je kunt verlengen. Maar aangezien dat recht tot verlengen alléén bij de bank ligt, is deze lening ineens een stuk minder vriendelijk. De bank maakt alleen gebruik van dat recht (een swaption) als dat in haar voordeel is; en dat is per definitie het geval als het voor de klant nadelig is. Als de rente is gedaald, zal de bank verlengen; als de rente daarentegen stijgt, zal dat niet gebeuren. Dat heeft dus niets te maken met het beheersen van het risico van een rentestijging, wat een belangrijk risico is voor woningcorporaties. Sterker nog, het doet het tegenovergestelde. Van zo’n product zou je eenvoudig kunnen vaststellen dat het niet ingezet mag worden bij bedrijven en instellingen die gevoelig zijn voor rentestijgingen. Voor woningcorporaties staat dit product daarom inmiddels op de zwarte lijst.

Een variant op de ‘extendible lening’ is de ‘cancelable swap’. Dat is een swap die vroegtijdig beëindigd kan worden. In de versie die banken verkochten, lag dat recht bij de bank. En ook hier zal de bank alleen gebruik maken van dat recht, als dat in haar voordeel is, en dus in het nadeel van de klant. Zelfde verhaal.

Er zijn ook meer exotische varianten verkrijgbaar in de markt. Zoals de Zero Cost Knock-In Collar (ook wel Super Collar genoemd). Deze optieconstructie werd verkocht om de klant te beschermen tegen een rentestijging en is een variant op de ‘gewone’ collar. Dat is een combinatie van een gekochte optie (de ‘cap’, ofwel renteplafond) en een verkochte/geschreven optie (de ‘floor’, ofwel minimum rente). Maar bij de Zero Cost Knock-In Collar wordt het pas echt exotisch als de ‘knock-in’ functie gaat werken. Als de variabele rente namelijk onder het floor-niveau zakt, moet de klant een boete betalen. Hij moet dan niet die minimum-rente vanwege die floor betalen, maar nog een extra opslag van bijvoorbeeld 1%. Daardoor is de klant juist extra gevoelig geworden voor een rentedaling.

Rentevisie

Dit zijn een aantal voorbeelden van producten die in feite vereisen dat de gebruiker een zeer scherpe en uitgesproken rentevisie heeft. Zo is het alleen interessant om een extendible lening af te sluiten als je verwacht dat de relevante rente voor het tweede tijdvak uiteindelijk gelijk zal zijn aan de afgesproken rente voor die periode. Alleen in dat scenario ondervindt de klant geen nadeel van deze optie, terwijl hij wel het voordeel geniet in het eerste tijdvak. In elk ander scenario zit hij óf opgescheept met een hoger dan marktconforme rente, óf is hij blootgesteld aan een gestegen rente.

Een Zero Cost Knock-In Collar zou alleen interessant kunnen zijn voor klanten die verwachten dat de rente beperkt zal dalen en daarvan dusdanig overtuigd zijn, dat ze bereid zijn een boete te betalen als de rente verder daalt dan zij verwachten. Dat vraagt al snel een zeer professionele rentevisie van de klant; als hij die niet heeft, wordt het kopen van zo’n product een blinde gok. En kan oprecht de vraag worden gesteld of in dat product het gok-element uiteindelijk een grotere rol speelt dan het risicobeheersing-element.

Risicovisie

Het beheersen van renterisico’s zou los moeten staan van het hebben (of opleggen) van een rentevisie. Het actief inspelen op een specifieke rentevisie krijgt al snel het karakter van een speculatie. Risicobeheersing is juist een kwestie van het managen van onzekerheden. Als je vandaag een financiering sluit tegen een variabele rente, ben je gevoelig voor een rentestijging, ongeacht wat jouw rentevisie (of die van de bank) is. Want die visie kan onjuist blijken te zijn, waardoor het risico zich manifesteert. Wat wel relevant is, is om een inschatting te maken hoe groot het renterisico is (in termen van impact op de winst), zowel in euro’s als in looptijd. Risicobeheersing vraagt om een risico-visie, niet om een rentevisie.

Lakmoesproef

Er is dus zeker wat te zeggen voor een verbod op producten die qua werking niet (of niet goed) aansluiten bij het renterisico van de klant. Zo’n verbod kan gekoppeld worden aan specifieke doelgroepen of sectoren. Een lakmoesproef voor dit soort rentederivaten kan heel eenvoudig zijn. Voor de toelating van financiële producten wordt nogal eens de vergelijking met de farmaceutische industrie gemaakt, waarbij medicijnen eerst door  een uitgebreid test-circuit moeten gaan, voordat ze op de markt worden gebracht. Die vergelijking gaat mank omdat de lakmoesproef voor dit soort rentederivaten door experts kan worden vastgesteld; daar zijn geen proefpersonen en onderzoeken naar onbekende bijwerkingen voor nodig. Jarenlange testen zijn daarom niet nodig.

 

Column MKB Servicedesk, 16 sept 2014

Media, Nieuws

MKB ServicedeskOp 16 september 2014 publiceerde de website van MKB Servicedesk een column van Cadension, “Duidelijkheid over derivaten”. Klik op het logo hiernaast voor de column.

Dijsselbloem geeft update renteswaps

Nieuws

MinFinOp 1 september heeft minister Dijsselbloem een brief gestuurd naar de Tweede Kamer, met daarin de stand van zaken rondom rentederivaten in het MKB. Daarin staat een aantal interessante uitspraken, waar ondernemers hoop uit kunnen putten. Een korte samenvatting.

  • Vóór eind 2014 gaan de banken alle contracten met rentederivaten herbeoordelen.
  • AFM verwacht dat ook reeds (voortijdig) beëindigde contracten worden herbeoordeeld. Ook ondernemers die eerder hebben besloten om (al dan niet vrijwillig) hun renteswap af te kopen, komen dus in aanmerking. Dit is een belangrijke groep.
  • Bij de huidige herbeoordelingen heeft AFM gezien dat de banken nog niet rekening houden met alle relevante aspecten. Voorstellen die ondernemers nu ontvangen op basis van een herbeoordeling, dienen dus ook in dat licht inhoudelijk te worden beoordeeld.
  • Bij de beoordeling moeten banken de volgende principes hanteren:
    • vergelijkbare gevallen worden gelijk behandeld;
    • klanten moeten zich zoveel mogelijk kunnen vinden in de geboden oplossing;
    • bij de oplossing moet ook meespelen of de bank gedurende de looptijd van het derivaat adequaat heeft geïnformeerd en geadviseerd;
    • financiële compensatie ligt voor de hand in geval van:
      • overhedge (hoofdsom rentederivaat hoger dan hoofdsom financiering, bijvoorbeeld door aflossingen)
      • situatie waarbij het product niet past bij de kennis en ervaring van de klant
      • als er sprake is van niet-passend advies

Indien deze criteria naar volle omvang worden toegepast, zou dat een enorme verbetering zijn voor ondernemers die nu problemen ondervinden (of ondervonden!) van rentederivaten.

Zover is het echter nog niet. AFM verwacht van de banken dat zij hun klanten hierover actief informeren. Dat gebeurt echter nog niet. Het is dus van groot belang om als gedupeerde hierin zelf het initiatief te nemen en een klacht in te dienen bij de bank. Gezien de mogelijke verjaringstermijn is het van belang om dat zo snel mogelijk te doen.

Indien na het doorlopen van de klachtenprocedure nog geen acceptabele oplossing is gerealiseerd, kan de klant de stap naar Kifid stellen. Daar wordt een tijdelijk loket geopend voor MKB’ers met rentederivaten, zoals enkele maanden geleden al door het Kenniscentrum Rentederivaten (KCR) was voorgesteld. Gezien de complexiteit is het indienen van een goed onderbouwde case cruciaal om een goede uitspraak van Kifid te kunnen krijgen.

Cadension in Volkskrant over plofderivaten

Media, Nieuws

volkskrant_logo_zwOp 18 augustus 2014 publiceerde de Volkskrant op de Opinie-pagina bijgaand artikel van Cadension over plofderivaten in de semi-publieke sector.

Volkskrant 18 aug 2014 – Plofderivaten

Hoe kreeg Vestia de laagste rentelasten?

Nieuws

Tijdens de parlementaire enquete Woningcorporaties, naar aanleiding van de Vestia-affaire, ontstaat een steeds beter beeld van wat zich destijds bij Vestia afspeelde. Een belangrijke vraag bleef echter lang onbeantwoord. De voormalig Treasurer van Vestia, Marcel de Vries, beweerde namelijk herhaaldelijk dat hij door het gebruik van derivaten de rentelasten van Vestia met een procent drukte. Op een grote leningportefeuille van een woningcorporatie zijn dat significante besparingen. Daardoor zou Vestia binnen de woningcorporaties en toezichthouders als voorbeeld dienen, omdat zij in staat waren om de laagste rentelasten te realiseren. Maar hoe kreeg Vestia dat voor elkaar?

Het openbaar verhoor van Van der Zouw, riskmanager bij ABN Amro, bracht een onthulling. Hij vertelde dat met Vestia destijds vooral renteswaps, swaptions en extendible swaps werden verhandeld. Toen de commissievoorzitter Van Vliet hem voorlegde dat swaptions door betrokken experts als ‘giftig’ werden betiteld, zie Van der Zouw dat dat wat kort door de bocht is. Het product op zich is niet giftig of speculatief; het hangt er van af hoe je het product inzet.

Bij Vestia werd het, onder andere, blijkbaar als volgt ingezet. Vestia sluit een renteswap af met een lange looptijd (20-30 jaar). Middels die renteswap fixeert Vestia de rente voor die looptijd. Dat werd gecombineerd met het verkopen/schrijven van een swaption. Een swaption is een optie op een swap. In dit geval gaf die optie het recht om ná de looptijd van de renteswap (dus na 20-30 jaar) een nieuwe renteswap af te sluiten, tegen een vastgestelde rente. Doordat Vestia deze optie verkocht/schreef, gaf zij de bank het recht om na 20 jaar opnieuw een renteswap af te sluiten met Vestia tegen die vastgestelde rente. De bank zal gebruik maken van dat recht, als de rente na die 20 jaar lager is dan de vastgestelde rente van de swaption. Vestia betaalt dan dus een hoger dan (op dat moment) marktconforme rente.

Wanneer je een optie verkoopt, ontvang je een premie. Die premie kan bijvoorbeeld gebruikt worden om het vaste rentepercentage in de renteswap voor die eerste 20 jaar te drukken. Maar uit het openbaar verhoor blijkt, dat bovendien het rentepercentage in de renteswap relatief laag (lager dan marktconform) werd vastgesteld en het rentepercentage in de daaropvolgende swaption relatief hoog (hoger dan marktconform). Het is zeer goed denkbaar, dat wanneer de voormalig treasurer van Vestia beweert dat de rentelasten van Vestia lager waren dan bij alle andere woningcorporaties, alléén werd gekeken naar het rentepercentage van de renteswaps. Echter, dat relatief lage rentepercentage was alleen mogelijk door tegelijkertijd een swaption te verkopen die er toe kan leiden dat Vestia na die eerste 20 jaar tegen een juist hoger rentepercentage gefinancierd is. Simpel gezegd zou men kunnen stellen dat er een verschuiving van rentelasten in de tijd plaatsvindt. En blijkbaar was dat tweede deel van de constructie, de verkochte swaption, niet voor iedereen zichtbaar of inzichtelijk.

In Engeland is deze constructie ook toegepast. Daar werd het echter door banken vormgegeven in een leningconstructie, voor financieringen aan het MKB. De klant ziet dan geen renteswap en een swaption als afzonderlijke producten, maar een leningovereenkomst met aanvullende bepalingen over het recht dat de bank heeft om een financiering aan het einde van de looptijd te verlengen tegen een vastgestelde rente. Omdat deze optionaliteit verborgen is in het contract, wordt dit als ‘hidden swaps’ betiteld. Eigenlijk is die term niet helemaal juist, want het is vooral de swaption die is verstopt.

Eerder is al vastgesteld dat deze constructie in Nederland ook voorkomt, vooral in de semi-publieke sector. Tijdens het openbaar verhoor van Van der Zouw werd duidelijk dat deze constructie ook wordt toegepast in WSW-leningen die bij gemeenten uitstaan. De vraag is of deze gemeenten zich bewust zijn van deze ‘verstopte’ swaption en hoe zij omgaan met dit risico.