Viewing posts categorised under: Herstelkader

FD 14 juni 2021: ‘Reflectie AFM omzeilt echte valkuilen compensatieregeling’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

De Autoriteit Financiële Markten speelt een belangrijke rol in de ontwikkelingen rondom rentederivaten in het MKB. Als toezichthouder heeft zij nu een reflectie geschreven over de uitvoering van het Herstelkader. Die heeft namelijk vier jaar langer geduurd dan oorspronkelijke bedoeld. De doelstelling van de reflectie is om lering te trekken ten behoeve van eventuele toekomstige compensatieregelingen.

Die reflectie is een goede eerste aanzet, maar om echt stappen voorwaarts te maken, is een veel grondiger analyse nodig. Zo blijkt in mijn praktijk bijvoorbeeld dat het probleem in derivatenkwesties niet zozeer wordt veroorzaakt door het product, maar veel meer door het (gebrekkige) advies. Als de toezichthouder (en banken) niet bereid is om veel dieper te kijken naar de inrichting van adviestrajecten binnen banken, en dan met name bij constructies waarbij verschillende productspecialisten zijn betrokken van verschillende afdelingen, dan mist zij een cruciaal aspect in de analyse.

Het Herstelkader heeft volledig geabstraheerd van het advies-aspect en richt zich vooral op producttechnische aspecten. Daar is het nodige voor te zeggen, maar het betekent ook dat klanten een compensatie krijgen zonder dat er ooit een klacht of probleem is geweest. Anderzijds kunnen klanten die daadwerkelijk een gebrekkig advies hebben gekregen een schade hebben ondervonden die veel groter is dan het Herstelkader kan compenseren. Het is daarom relevant om te onderzoeken of er sprake is van concentratie van gebrekkige advies c.q. klachten van klanten bij specifieke adviseurs of vestigingen van de bank. Om vervolgens te analyseren hoe dat advies tot stand is gekomen: welke datasystemen zijn gebruikt, hoe zijn die op elkaar afgestemd, welke afdelingen zijn betrokken, welke kennis is vereist, hoe vindt monitoring plaats, etc. Als daarover inzicht wordt verkregen, kunnen banken hun risico’s vooraf beter beheersen en kan (bij het alsnog voordoen van problemen op grotere schaal) veel gerichter en passender tot een goede oplossing worden gevonden. Dan hoeven mogelijk niet alle gevallen te worden gecompenseerd, maar alleen de specifieke gevallen waarbij bijvoorbeeld is gebleken dat een datasysteem onvolledig was ingevuld en vervolgens monitoring uitbleef. Daar hebben zowel de AFM, de banken als hun klanten baat bij.

In het FD werd een opinie-stuk van Cadension hierover gepubliceerd: Reflectie AFM omzeilt echte valkuilen compensatieregeling

FD 8 juni 2021: ‘Derivatendrama gaat verder in rechtszaal’

Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Met de afronding van het Herstelkader zijn voor veel ondernemers de problemen met rentederivaten opgelost. Maar er liggen nog vele zaken bij de rechtbank. Het FD vroeg commentaar aan Cadension op de bevindingen van advocaten dat kansen voor ondernemers bij het hof beter lijken dan bij de rechtbank Amsterdam.

Lees hier het artikel in het FD: Derivatendrama gaat verder in rechtszaal

Baanbrekend onderzoek in de UK naar ‘redress scheme’

AFM, Buitenland, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

In diverse blogs heb ik aangegeven dat zowel de aard als de omvang van de problemen rondom de verkoop van rentederivaten in het UK grote parallellen vertoont met de Nederlandse situatie. Een belangrijk verschil is echter dat in de UK de problemen ruim twee jaar eerder zijn onderkend en aangepakt. Hun ‘redress scheme’ is dus ook al ruimschoots afgerond, terwijl Nederlandse banken nog een paar duizend dossiers volledig moeten behandelen.

Vanochtend kwam er onverwacht toch weer nieuws uit de UK. Hoewel bekend is dat er al jarenlang klachten zijn over de uitvoering en het toezicht op het redress scheme, heeft de toezichthouder FCA vandaag aangekondigd dat er een uitgebreid onafhankelijk onderzoek gaat plaatsvinden naar dit redress scheme. In de onderzoeksopdracht geeft de FCA een aantal zeer specifieke vragen mee. Is het feit dat het redress scheme een vrijwillige oplossing was, wel geschikt? Heeft de toezichthouder effectief toezicht gehouden op de juiste en tijdige uitvoering van het redress scheme door de banken? Was het redress scheme een passende oplossing voor de misleidende verkoop van rentederivaten die de toezichthouder had geconstateerd? En, last but not least: waren de toelatingscriteria, die bepalen of een ondernemer in aanmerking komt voor compensatie volgens het redress scheme, geschikt?

Het onderzoek wordt nu gedaan naar aanleiding van aanhoudende klachten. De reacties zijn daarom voornamelijk positief, er is echter wel een belangrijk punt van kritiek: het onderzoek zal maar liefst 15 maanden duren. Dat betekent dat ondernemers die profijt zouden moeten hebben van eventuele bevindingen uit dit onderzoek nog lang moeten wachten. Hoewel wordt gesteld dat dit onderzoek niet individuele compensatieaanbiedingen openbreekt, wordt er wel gezinspeeld op meer collectieve aanpassingen (bijvoorbeeld voor groepen ondernemers die zijn uitgesloten van het redress scheme). Deze Britse muis kan dus nog een aardige staart krijgen.

Tot nog toe is steeds gebleken dat de ontwikkelingen in de UK hieromtrent zeer relevant zijn voor de Nederlandse situatie. Dat zou nu ook goed het geval kunnen zijn. Ook hier blijkt herhaaldelijk de tijdigheid van de uitvoering een heikel punt en roept het optreden van de toezichthouder ook regelmatig vragen op (zie FD 25 april 2017 – Kritiek op intrekken boete inzake derivatendossier_1; FD 26 april 2019 – Derivatendrama kan zo 0,5 mln schelenFD 14 juni 2019 – AFM kan geen sancties opleggen). Met name ook de discussie rondom de toelatingscriteria speelt in Nederland in volle omvang (zie https://www.groene.nl/artikel/pure-misleiding), omdat met name semi-publieke instellingen, die aanvankelijk door banken als ‘niet-professioneel’ zijn geclassificeerd nu alsnog buiten het Herstelkader vallen omdat ze volgens de aangepaste definitie alsnog ‘professioneel’ zijn. Maar ook het feit dat het Herstelkader een ‘vrijwillige’ compensatieregeling is, zorgt in Nederland voor problemen; als een ondernemer het niet eens is met het compensatieaanbod van de bank, dan is er geen onafhankelijke instantie waar hij met zijn klacht of bezwaar terecht kan. Enige uitzondering zijn vier specifieke onderdelen (van de vele tientallen) waarop bindend advies kan worden gevraagd van de Geschillencommissie.

Als we de voortekenen weer mogen geloven, is het niet uit te sluiten dat binnen twee jaar in Nederland ook een grootschalig onafhankelijk onderzoek naar vergelijkbare aspecten van het Herstelkader komt.

FD 14 juni 2019: ‘AFM kan geen sancties opleggen rond derivaten’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

In het ontwerp van het Herstelkader is er duidelijk aandacht besteed aan de governance rondom de uitvoering. Zo zijn de banken primair verantwoordelijk voor de correcte en tijdige afhandeling van de compensatie en dient de Externe Dossier Beoordelaar (EDB) elk dossier inhoudelijk te controleren door zelfstandig een schaduwberekening te maken en deze te vergelijken met die van de bank. Vervolgens verstrekt de EDB’er een zware verklaring aan de AFM om te bevestigen dat er met een zeer grote mate van zekerheid juist is gehandeld door de bank. AFM houdt verder toezicht op de correcte uitvoering van het Herstelkader en toetst aan de hand van steekproeven.

Uit onderzoek van het Financieele Dagblad blijkt, dat AFM bij het uitoefenen van dit toezicht over geen enkel handhavingsinstrument beschikt. Dat is een nogal ernstige ontwerpfout in het Herstelkader, immers toezichthouden op een dossier met een uitgebreid track-record met fouten op alle niveau’s vergt de beschikking over sanctiemiddelen.

Lees het artikel via deze link: FD 14 juni 2019 – AFM kan geen sancties opleggen

FD (26 april 2019): ‘Derivatendrama kan zo € 0,5 mln schelen’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Op verzoek van het Financieele Dagblad heeft Cadension een inventarisatie uitgevoerd op de compensatievoorstellen die wij voor onze klanten hebben beoordeeld. Het resultaat was verontrustend: meer dan 50% van deze voorstellen is volgens onze beoordeling niet juist. En de impact van de fouten is groot, zoals het verhaal van de familie Broekman aantoont: volgens de banken zouden zij aanvankelijk een compensatie van € 15.000 krijgen, maar door onze inspanning is dat uiteindelijk op ruim € 500.000 gekomen.

Aard van de fouten

De fouten die wij tegenkomen in onze dossiers, hebben betrekking op nagenoeg alle onderdelen van het Herstelkader. Zo worden sommige klanten onterecht ‘out of scope’ verklaard door de bank, waardoor ze geen compensatie zouden krijgen. Maar ook in de koppeling van derivaten aan leningen komen fouten voor, net zoals bij de compensatieberekening voor de opslagverhoging en herstructureringen van derivaten. Ook constateren we dat onterecht bedragen in mindering worden gebracht op het compensatiebedrag, de zogenaamde ‘Eerdere Financiële Tegemoetkomingen’.

Status van geconstateerde fouten

Wanneer wij een fout constateren, wordt dit door ons met de bank besproken (in sommige gevallen doet de klant dat zelf, of zijn advocaat). Op basis van inhoudelijke onderbouwing, ondersteund met relevante documenten (zoals e-mails, brieven, etc.) leggen we dat voor aan de bank. In de meeste gevallen wordt daar door de banken adequaat op gereageerd, al kunnen de doorlooptijden nogal eens lang zijn. Veel van dit soort bezwaren zijn nog in behandeling bij de bank. Maar in 20% van al onze dossiers blijken fouten te zitten die inmiddels door de bank zijn erkend, en dus leiden tot een aangepast compensatievoorstel. Die aangepaste compensatiebedragen zijn 25% – 850% hoger dan het oorspronkelijke aanbod van de bank, en dat gaat vanzelfsprekend om significante bedragen.

Het percentage aangepaste compensatievoorstellen zou dus nog kunnen oplopen tot maximaal 50%. Dat betekent ook dat de onafhankelijke controle van de ‘Externe Dossier Beoordelaar’ niet waterdicht is. Dat is opvallend, omdat een aantal van de door ons geconstateerde fouten ook door deze EDB’er geconstateerd had kunnen (en moeten) worden op basis van het dossier dat de bank zelf heeft.

Vanzelfsprekend zijn niet alle bezwaren succesvol. We komen ook situaties tegen waarbij het dossier van de bank documenten bevat die wij niet van de klant hebben ontvangen; die kunnen een ander licht werpen op de situatie, waardoor blijkt dat het oorspronkelijke voorstel van de bank toch correct was. Of de bank honoreert een klacht niet, waarop vervolgens geen Bindend Advies mogelijk is, zodat de klant niets anders rest dan het voorstel te accepteren.

Complexiteit dossiers

Omdat zowel door banken als de AFM geen inzicht wordt gegeven in de opbouw van complexiteit van dossiers, is het moeilijk te zeggen of de dossiers die Cadension in behandeling heeft meer of juist minder complex zijn dan gemiddeld. Een algemene benchmark voor de complexiteit is het aantal gevallen waar sprake is van ‘coulance only’; in die gevallen is er sprake van compensatie op slechts één onderdeel, dat relatief makkelijk te berekenen is. Op zich is dat niet een hele goede benchmark (want ook in die gevallen kan iets mis gaan), maar het is wel de meest makkelijke. In onze praktijk blijkt tot op heden dat er sprake is van 13% ‘coulance only’ gevallen. Vermoedelijk is dat lager dan gemiddeld, maar -nogmaals- banken en AFM geven geen inzicht in deze cijfers. Ik doe een beroep op deze partijen om ook deze cijfers te publiceren.

Fout van de bank in uw voordeel

Een fout in een compensatievoorstel kan twee kanten opwerken; het kan in het voordeel of in het nadeel van de klant zijn. Beide situaties komen wij tegen in onze praktijk. Wel is het zo, dat het aantal fouten in het nadeel van de klant hoger is. Onze ervaring is dat klanten voor wie wij een fout in hun voordeel hebben ontdekt, er voor kiezen om het oorspronkelijke voorstel van de bank te accepteren.

Tevens zien we dat een klein aantal klanten er voor kiest om geen bezwaar in te dienen, wanneer wij een fout hebben geconstateerd. De zorg om de relatie met de bank te verstoren, is daarbij het meest gehoorde argument. Dit is overigens naar onze overtuiging niet nodig, omdat de bezwaren door de bank door een gespecialiseerde afdeling worden behandeld, die los staat van account managers van de bank. Wij hebben tot op heden in ieder geval niet gezien dat het indienen van een bezwaar repercussies had op de relatie met de bank; integendeel, in één geval heeft de bank een boeket bloemen gestuurd naar de klant, nadat alles was afgewikkeld.

Acceptatiegraad compensatieaanbiedingen

Zowel AFM als banken schermen met percentages van 95% als het gaat om de voorstellen die door klanten worden geaccepteerd. Dit zou een maatstaf zijn voor de goede kwaliteit van de compensatievoorstellen. Dit is echter te kort door de bocht. Het is voor klanten simpelweg onmogelijk om zélf te beoordelen of het aanbod van de bank geheel correct volgens het Herstelkader is uitgevoerd. Het Herstelkader bevat inmiddels 260 pagina’s met veel regels en even zoveel uitzonderingen. Zowel de interpretatie van die regels als de berekeningen zijn complex. Om vast te stellen of een compensatieaanbod correct is, moet de klantspecifieke situatie integraal worden beoordeeld, in het licht van al die regels en uitzonderingen.

Het feit dat een klant een voorstel accepteert, zegt dus niet dat is vastgesteld dat dat voorstel inhoudelijk correct is. Mogelijk zegt het wel dat hij tevreden is met het aangeboden bedrag (in absolute zin) of dat hij eindelijk een streep kan zetten onder een jarenlang slepend verhaal.

Lees hier het artikel in het FD: FD 26 april 2019 – Derivatendrama kan zo 0,5 mln schelen

FTM (24 april 2019): ‘Drieduizend ondernemers wachten nog op definitieve schadevergoeding rentederivaten’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Het is inmiddels het langstlopende dossier op de website van FTM. Als één van de eersten doken zij destijds in de problematiek van de rentederivaten, en vele publicaties volgden sindsdien. FTM haalde het net op, om te kijken wat nu de status is. Daaruit blijkt dat met name Rabobank nog veel werk aan de winkel heeft; maar liefst 3.000 (complexe) dossiers moeten nog worden behandeld. En dat is belangrijk nieuws. Ten eerste is de informatievoorziening van Rabobank in de compensatiebrieven ontoereikend, waardoor het voor MKB-ers onmogelijk is om het voorstel te kunnen controleren. Ten tweede blijkt uit de dagelijkse praktijk bij Cadension dat juist in deze wat complexere dossiers veel fouten zitten; compensatieaanbiedingen zijn onvolledig en/of onjuist. Zo hebben wij al in een groot aantal dossiers fouten naar boven gehaald en deze namens de klant aangekaart bij de bank. Dat leidde tot fors hogere compensatiebedragen.

FTM zal dit derivatendossier voorlopig nog niet kunnen sluiten.

Lees hier het artikel op FTM: Drieduizend ondernemers wachten nog op definitieve schadevergoeding rentederivaten

 

FD 7 februari 2019: ‘Banken moeten afhandeling debacle rentederivaten niet als strafcorvee zien’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Hoewel het derivatendebacle de Nederlandse banken net zoveel geld kost als de Libor-fraude en de witwas-affaire bij elkaar opgeteld, lijkt er weinig sprake te zijn van ‘lessons learned’ bij banken en toezichthouder. Ik schreef daarover een opinie voor het Financieele Dagblad van 7 februari 2019.

Lees de opinie via deze link: ‘FD 7 feb 2019 – Derivaten niet als strafcorvee_opinie

Workshop Herstelkader: laat geen geld liggen!

Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

Zodra u van uw bank een compensatieaanbod voor uw rentederivaat ontvangt, heeft u een acceptatietermijn van maximaal 12 weken. Wat kunt u met dat aanbod? Laat u voorlichten bij onze Workshop op 17 januari a.s. welke Cadension in samenwerking met Dirkzwager legal & tax organiseert.

De uitvoering van het Uniform Herstelkader Rentederivaten heeft lang op zich laten wachten, maar inmiddels worden door de banken volop compensatievoorstellen naar klanten gestuurd. Waarschijnlijk heeft u dus recent een compensatieaanbod van uw bank ontvangen voor uw rentederivaat, of kunt u dat binnen een paar maanden verwachten. Als u zo’n aanbod heeft ontvangen, heeft u een acceptatietermijn van maximaal 12 weken. Wat kunt u met dat aanbod?

Het Uniform Herstelkader Rentederivaten is een complexe regeling. Het is dus zaak goed op de hoogte te zijn van de mogelijkheden die deze regeling biedt. Voor een zeer groot aantal klanten dat al een aanbod van hun bank hebben gekregen, hebben wij grondige controles uitgevoerd. Op basis van die controle kunnen wij aangeven of de bank de herbeoordeling juist en volledig heeft uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat wij regelmatig tot een andere compensatie komen dan de bank. Voor diverse klanten hebben we op deze manier, op basis van onze eigen analyses, voor onze klanten (fors) hogere compensatiebedragen kunnen realiseren.

In navolging op onze eerdere bijeenkomst over rentederivaten (in november 2017), gaan wij nu daarom ook specifiek in op waar de valkuilen van de aanbiedingen van de bank kunnen zitten. Met deze kennis kunt u een eerste inschatting maken welke (extra) compensatieonderdelen op uw situatie van toepassing zijn.
Tevens begeleiden we klanten die volgens de bank (deels) buiten het Herstelkader vallen, om ook buiten het Herstelkader om tot een oplossing te komen.

Inhoud Workshop

Het Uniform Herstelkader bevat diverse stappen met verschillende compensatiemogelijkheden. Het is een complexe regeling die inmiddels uit 260 pagina’s bestaat. Als u het compensatievoorstel van de bank ondertekent, dan is de zaak definitief afgedaan.

Uit de vele beoordelingen en berekeningen die Cadension en Dirkzwager al voor hun klanten hebben gedaan, weten zij dat de compensatie bestaat uit complexe elementen en dat de compensatiebedragen aanzienlijk kunnen oplopen. Het is dan ook zaak om nauwkeurig na te gaan welke (extra) compensatiemogelijkheden er in uw geval kunnen zijn. Aan de hand daarvan kunt u controleren of in het compensatievoorstel van de bank met alle factoren rekening is gehouden. In deze informatieve bijeenkomst laten wij u zien hoe het Uniform Herstelkader Rentederivaten is opgebouwd en welke compensatiemogelijkheden er zijn. Aan de hand van deze informatie kunt u zelf nagaan in hoeverre uw aanbod nog verbeterd kan worden.

Programma

15.30 uur Ontvangst met koffie & thee

16.00 uur Deel 1

17.00 uur Pauze met koffie & thee

17.15 uur Deel 2

18.00 uur Afsluiting & borrel met gelegenheid tot napraten

Kosten & annulering

Deelname aan deze Workshop kost €150,- (excl. BTW). U ontvangt na inschrijving van ons per separate mail een factuur; pas ná ontvangst door ons van uw betaling is uw inschrijving definitief en ontvangt u van ons een definitieve bevestiging.

Annulering dient per e-mail te geschieden. U kunt tot en met 10 januari 2019 kosteloos annuleren; de deelnamekosten worden volledig gecrediteerd. Bij annulering na 10 januari wordt 50% van de deelnamekosten gecrediteerd.

U kunt zich aanmelden via de website van Dirkzwager, via deze link: aanmelden

Locatie

Dirkzwager legal & tax
Velperweg 1
6824 BZ Arnhem

Minister van Naïefciën?

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

Gezien de grote hoeveelheid vragen was het minister Hoekstra van Financiën niet gelukt om nog voor het zomerreces de kamervragen over rentederivaten te beantwoorden. Op 25 september stuurde de minister een brief naar de Tweede Kamer met zijn antwoorden.

Aan de inhoudelijke kant zijn er natuurlijk (weer) de nodige kanttekeningen te plaatsen bij de antwoorden. Daar wil ik het deze keer echter eens niet over hebben. Wat me namelijk opvalt, is de ogenschijnlijk naïeve reactie van de minister op een aantal vragen. Ik noem drie voorbeelden ter illustratie.

Opgejaagd

Zo is er een vraag gesteld over de reactietermijn van 12 weken die klanten hebben om het compensatievoorstel van de bank te accepteren. In brieven wekken diverse banken de suggestie dat al binnen 4 weken gereageerd moet worden. De minister: “Ik zou het onwenselijk vinden als bij klanten de indruk wordt gewekt dat het aanbod al na het aflopen van de reactietermijn vervalt en zal dit ook bij de AFM en de banken aankaarten.”  Dat deze indruk daadwerkelijk wordt gewekt, is ruimschoots bekend. Ook bij de AFM. In mijn dagelijkse praktijk krijg ik vele vragen van klanten over precies dit onderwerp. Ze voelen zich opgejaagd en zijn bang om te laat te reageren. Dat de minister nu toezegt dit bij de AFM en de banken aan te kaarten, is verspilde moeite. Beide partijen zijn hiervan reeds lange tijd op de hoogte en hebben besloten hier niets aan te doen. De minister heeft zich onvolledig of zelfs onjuist laten informeren.

Eindsprint?

Ten aanzien van de voortgang stelt de minister dat het streven is dat eind 2018 de meeste klanten een compensatievoorstel hebben ontvangen. Volgens onze laatste peiling heeft inmiddels 26% van de betreffende klanten een definitief voorstel ontvangen. Als van alle voorbereidende werkzaamheden wordt afgezien, zou je kunnen zeggen dat de banken daarmee ruim anderhalf jaar bezig zijn geweest. Hoe reëel is het om te verwachten dat in slechts drie maanden de resterende 74% (grotendeels) kan worden afgehandeld? Zeker wanneer daarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de meeste complexe dossiers nog ter hand moeten worden genomen. Uit onze eigen inschatting blijkt dat het, bij het huidige tempo, tot medio 2019 zal duren voordat alles is afgehandeld. Hier lijkt de houding van de minister nogal naïef te zijn.

Geschillen

Misschien wel het meest in het oog springende en pijnlijke antwoord van de minister heeft betrekking op geschillen met de bank over het voorstel. Als de klant het op bepaalde aspecten niet eens is met het voorstel van de bank, dan is op een beperkt aantal punten een Bindend Advies mogelijk. Gezien de omvang (bijna 250 pagina’s) en complexiteit van het Herstelkader blijkt dat er op veel meer punten inhoudelijke verschillen van mening of interpretatie kunnen ontstaan die een fundamentele impact op het compensatiebedrag kunnen hebben. De minister: “In situaties dat de Geschillencommissie geen mandaat heeft, kan de klant uiteraard volgens normaal geldende procedures terecht bij de bank.” Als de jarenlange afwikkeling van de derivatenproblematiek iets heeft geleerd, is het dat juist de gebrekkige behandeling van klachten door de banken heeft geleid tot de situatie die nu is ontstaan. Veel klanten ervaren in zo’n situatie dat zij geen poot hebben om op te staan. Doordat de bank zich kan beroepen op de maximale acceptatietermijn van 12 weken, ontstaat er bovendien een flinke machtsongelijkheid tussen bank en klant. Dat de minister juist deze klanten opnieuw met hun klacht naar diezelfde bank stuurt, is ronduit pijnlijk.

Dit alles wekt een beeld van een minister die de complexiteit én de werkelijkheid van problemen met rentederivaten niet ten volle herkent en erkent. Is dit naïef of wordt hij verkeerd geïnformeerd? En in hoeverre láát hij zich verkeerd informeren?

FD 27 aug 2018: ‘Rekening derivatendrama loopt op tot € 2 mrd’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps, UK

De kosten van het Herstelkader voor de banken loopt verder op tot €  2 mrd. Dat bericht het FD naar aanleiding van onderzoek naar publicatie van halfjaarcijfers van de diverse banken. Opvallend daarbij is dat een aantal banken geen of nauwelijks mededelingen doet over de voorzieningen die zij hiervoor getroffen heeft. Maar wat nog sterker opvalt, is dat de kosten voor met name ABN AMRO en Rabobank inmiddels oplopen tot 36-40% van hun jaarwinst over de laatste drie jaren.

De stijging van de kosten wordt nu vooral veroorzaakt door de hoge uitvoeringskosten die de banken moeten maken om de compensatie-brieven te kunnen versturen. De kosten zouden in de toekomst nog verder kunnen stijgen, is mijn inschatting. De meest complexe renteswap-dossiers zijn nog niet of nauwelijks behandeld door de banken en het is niet ondenkbaar dat de twee grootbanken onvoldoende zicht hebben op de impact daarvan. Die impact kan er zijn op zowel de uitvoeringskosten als op de compensatiebedragen. Immers, uit onze eigen ervaring met compensatieberekeningen voor klanten blijkt dat de meer complexe dossiers (met meerdere derivaten, leningen, herstructureringen, etc.) vaak ook hogere compensatiebedragen tot gevolg hebben. Twee jaar geleden gaf ik tegenover het FD aan dat wanneer de vergelijking met de UK wordt gemaakt, de schade voor de banken in Nederland kan oplopen tot € 3 mrd.

Lees hier het artikel uit het FD: FD 27 aug 2018 – Rekening derivatendrama loopt op tot € 2 mrd