Viewing posts categorised under: Buitenland

Baanbrekend onderzoek in de UK naar ‘redress scheme’

AFM, Buitenland, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

In diverse blogs heb ik aangegeven dat zowel de aard als de omvang van de problemen rondom de verkoop van rentederivaten in het UK grote parallellen vertoont met de Nederlandse situatie. Een belangrijk verschil is echter dat in de UK de problemen ruim twee jaar eerder zijn onderkend en aangepakt. Hun ‘redress scheme’ is dus ook al ruimschoots afgerond, terwijl Nederlandse banken nog een paar duizend dossiers volledig moeten behandelen.

Vanochtend kwam er onverwacht toch weer nieuws uit de UK. Hoewel bekend is dat er al jarenlang klachten zijn over de uitvoering en het toezicht op het redress scheme, heeft de toezichthouder FCA vandaag aangekondigd dat er een uitgebreid onafhankelijk onderzoek gaat plaatsvinden naar dit redress scheme. In de onderzoeksopdracht geeft de FCA een aantal zeer specifieke vragen mee. Is het feit dat het redress scheme een vrijwillige oplossing was, wel geschikt? Heeft de toezichthouder effectief toezicht gehouden op de juiste en tijdige uitvoering van het redress scheme door de banken? Was het redress scheme een passende oplossing voor de misleidende verkoop van rentederivaten die de toezichthouder had geconstateerd? En, last but not least: waren de toelatingscriteria, die bepalen of een ondernemer in aanmerking komt voor compensatie volgens het redress scheme, geschikt?

Het onderzoek wordt nu gedaan naar aanleiding van aanhoudende klachten. De reacties zijn daarom voornamelijk positief, er is echter wel een belangrijk punt van kritiek: het onderzoek zal maar liefst 15 maanden duren. Dat betekent dat ondernemers die profijt zouden moeten hebben van eventuele bevindingen uit dit onderzoek nog lang moeten wachten. Hoewel wordt gesteld dat dit onderzoek niet individuele compensatieaanbiedingen openbreekt, wordt er wel gezinspeeld op meer collectieve aanpassingen (bijvoorbeeld voor groepen ondernemers die zijn uitgesloten van het redress scheme). Deze Britse muis kan dus nog een aardige staart krijgen.

Tot nog toe is steeds gebleken dat de ontwikkelingen in de UK hieromtrent zeer relevant zijn voor de Nederlandse situatie. Dat zou nu ook goed het geval kunnen zijn. Ook hier blijkt herhaaldelijk de tijdigheid van de uitvoering een heikel punt en roept het optreden van de toezichthouder ook regelmatig vragen op (zie FD 25 april 2017 – Kritiek op intrekken boete inzake derivatendossier_1; FD 26 april 2019 – Derivatendrama kan zo 0,5 mln schelenFD 14 juni 2019 – AFM kan geen sancties opleggen). Met name ook de discussie rondom de toelatingscriteria speelt in Nederland in volle omvang (zie https://www.groene.nl/artikel/pure-misleiding), omdat met name semi-publieke instellingen, die aanvankelijk door banken als ‘niet-professioneel’ zijn geclassificeerd nu alsnog buiten het Herstelkader vallen omdat ze volgens de aangepaste definitie alsnog ‘professioneel’ zijn. Maar ook het feit dat het Herstelkader een ‘vrijwillige’ compensatieregeling is, zorgt in Nederland voor problemen; als een ondernemer het niet eens is met het compensatieaanbod van de bank, dan is er geen onafhankelijke instantie waar hij met zijn klacht of bezwaar terecht kan. Enige uitzondering zijn vier specifieke onderdelen (van de vele tientallen) waarop bindend advies kan worden gevraagd van de Geschillencommissie.

Als we de voortekenen weer mogen geloven, is het niet uit te sluiten dat binnen twee jaar in Nederland ook een grootschalig onafhankelijk onderzoek naar vergelijkbare aspecten van het Herstelkader komt.

België treedt op tegen derivaten

AFM, Buitenland, plofderivaten, Rentederivaten, Renteswaps, woningcorporaties

FSMADe Belgische evenknie van AFM, de FSMA, heeft een rapport (link: FSMAgepubliceerd naar aanleiding van een onderzoek dat zij heeft gedaan naar de verkoop van rentederivaten aan het MKB (‘kmo’). In duidelijke woorden geeft zij aan dat banken hebben tekortgeschoten. Dat gebeurt in Nederland ook wel -tot op bepaalde hoogte- door AFM, maar zij gaan op één punt duidelijk verder dan de AFM: concrete herstelmaatregelen opleggen. AFM laat die invulling juist over aan de banken.

Conclusie

In dit rapport spitst de toezichthouder zich op ‘bermudan callable’ rentederivaten. Dat zijn rentederivaten in combinatie met een door de klant geschreven optie. De conclusies zijn niet mals:

  • de inzameling van klantgegevens door de bank voldoet niet aan de wettelijke bepalingen;
  • banken hebben niet altijd een passendheidstest uitgevoerd;
  • banken kunnen niet aantonen dat ze hebben voldaan aan de verplichtingen inzake informatieverstrekking over de geadviseerde rentederivaten.

De algemene conclusie is kort en krachtig: “…geldt als algemene vaststelling dat geen van de banken aan de FSMA heeft kunnen aantonen dat alle regels met betrekking tot de zorgplicht werden nageleefd en dat de cliënten op het ogenblik van de verrichting in staat waren de risico’s te begrijpen die verbonden zijn aan dergelijke producten.” Deze zin is de moeite waard om nog een keer te lezen.

‘Remediëring’

Wat echt opvallend is, is dat de FSMA de betrokken bank heel concreet oplegt hoe zij deze situaties moeten oplossen met hun klant (‘remediëring’). In Nederland laat de AFM dit geheel over aan het eigen inzicht van de banken, waardoor er maar zeer beperkt oplossingen worden voorgesteld en de geboden oplossingen zelf ook zeer beperkt zijn. De zuiderburen zijn kristalhelder:

  • de ‘bermudan swap’ moet worden vervangen door een ‘plain vanilla swap’ (gewone renteswap zonder optie);
  • het rentevoordeel dat de klant had vanwege die geschreven optie, blijft behouden voor de klant;
  • elke bepaling die een onevenwichtig voordeel aan de bank biedt of misleidend zou kunnen zijn voor de klant, wordt als nietig beschouwd;
  • de herziening moet binnen vier maanden na de datum van het onderzoek van de FSMA zijn afgerond;
  • de banken moeten er voor zorgen dat ze personeel inzetten die goed gekwalificeerd zijn in deze specifieke materie (dat was dus blijkbaar niet het geval);
  • alle kosten van de herstructurering zijn voor rekening van de bank;
  • banken betalen daar bovenop een schadevergoeding (‘commerciële tegemoetkoming’) aan elke klant.

Informatie

De FSMA stelt dat de informatieverstrekking aan klanten sterk verbeterd moet worden. Banken moeten kunnen “garanderen dat de cliënt begrijpt wat wordt verstaan onder beleggingsrisico, alsook wat het verband is tussen het risico en het rendement van de belegging.” Dit is precies het punt waarop het bij Nederlandse banken vaak tekortschiet.

België – Nederland

Hoewel dit rapport gericht is op ‘bermudan callable’ rentederivaten, is dit zeker ook relevant voor de Nederlandse situatie. Zo zijn in Nederland vergelijkbare producten op grote schaal verkocht aan woningcorporaties; de zogenaamde ‘extendible leningen’ ofwel plofderivaten.

Daarnaast zijn de maatregelen van toepassing op alle ‘niet-professionele beleggers’. In Nederland is de groep op doordachte wijze flink kleiner gemaakt door alleen te kijken naar ‘niet-professionele MKB’ers’; bovendien wordt daarbij ook nog een definitie van MKB gebruikt waardoor de groep nog kleiner wordt.

Bovendien geeft het inzicht in het het kordate optreden van de FSMA, die de banken concrete oplossingen voorschrijft en daarbij geen ruimte voor interpretatie overlaat aan de banken. Van met name dat laatste kan de AFM nog veel leren!

 

Stevige conclusies over swaps in Nieuw Zeeland

AFM, Buitenland, Rentederivaten, Renteswaps

comcom-logoIn Nieuw Zeeland is er een schikking getroffen tussen de ANZ Bank en de FMA (Financial Markets Authority), de evenknie van onze AFM. De bank betaalt een schadebedrag uit dat in een compensatiefonds gaat voor MKB’ers met rentederivaten. Met twee andere banken is de FMA nog in onderhandeling over een soortgelijke schikking.

Conclusies onderzoek

De conclusies die de Commerce Commission trekt, die twee jaar onderzoek heeft gedaan, zijn zeer interessant. De belangrijkste zijn:

  1. De marketing van renteswaps was misleidend, met name de stelling dat een renteswap vergelijkbaar is met een lening met vaste rente, maar dan flexibeler.
  2. Bij de verkoop van renteswaps hebben banken gesteld dat de totale financieringslasten gefixeerd zijn. Ze hebben niet gezegd dat rente-opslagen op de onderliggende financiering alsnog kunnen stijgen. De bank had daartoe wel de ruimte en heeft daar ook gebruik van gemaakt.
  3. De afkoopkosten van een renteswap bij vroegtijdige beëindiging (ofwel de exit kosten, negatieve waarde) waren volgens de bank gelijk aan die van een lening met vaste rente. De commissie heeft echter vastgesteld dat de afkoopkosten van een renteswap soms significant hoger waren.

ANZ heeft toegegeven dat bij de verkoop van renteswaps gedrag is vertoond dat misleidend is geweest naar klanten.

Kleine wereld

Hieruit blijkt, dat aan de andere kant van de wereld exact dezelfde problemen met rentederivaten spelen als in Nederland. Het zijn dezelfde argumenten die door MKB’ers naar voren worden gebracht, waardoor zij zich misleid voelen. Groot verschil is dat in Nieuw Zeeland de toezichthouder zich nu expliciet heeft uitgelaten over deze inhoudelijke problemen. In Nederland woedt die discussie nog steeds voort en worden problemen ontkend. 

Gemiddeld € 65.000 vergoeding per klant

Het bedrag dat betaald wordt, lijkt met € 11,5 relatief laag. Wanneer het wordt vertaald naar een gemiddelde bedrag per klant, komt het neer op € 65.000, omdat is vastgesteld dat het om 178 klanten gaat van deze bank. Bovendien moet het ook gerelateerd worden aan het nominale bedrag van renteswaps dat door deze bank is verkocht in de periode 2005-2009; dat betreft ruim € 3 miljard. Zou je een vergelijkbaar schadebedrag projecteren op de Nederlandse situatie, waar € 51 miljard aan rentederivaten bij het MKB uitstaat, dan komt dat neer op een totaal schadebedrag van bijna € 200 miljoen.

FCA kan nog niet rusten

AFM, Buitenland, Rentederivaten, Renteswaps, UK

IMG_1106Op donderdag 4 december vergaderde het Britse House of Commons voor de derde keer over rentederivaten in het MKB en de problemen die daardoor zijn ontstaan.  Guto Bebb, voorzitter van de ‘All Party Parliamentary Group on Interest Rate Swap Mis-selling’, een commissie waarin alle politieke partijen zijn vertegenwoordigd, zet zich al jarenlang in voor een adequate aanpak.

Dit debat was aanleiding voor gedupeerde MKB’ers om te demonstreren voor het House of Parliament, om duidelijk te maken dat nog lang niet alle problemen zijn opgelost. Aansluitend was er een bijeenkomst georganiseerd door Bully Banks, om het debat live te kunnen volgen en om dieper op de inhoud in te gaan, onder andere met Guto Bebb. Daarbij was ik uitgenodigd om toe te lichten hoe de herstelacties in Nederland worden aangepakt en wat de resultaten daarvan zijn.

Engeland loopt een jaar voor op Nederland

Het debat ging over de herstelacties (‘redress scheme’) dat onder toezicht van de FCA (de evenknie van AFM) door de banken wordt uitgevoerd. Dat heeft er toe geleid dat er inmiddels voor bijna € 2 miljard aan schade is uitgekeerd door banken. Met deze aanpak loopt Engeland ruim een jaar voor op ontwikkelingen in Nederland. De aanpak van de FCA wordt daarom vaak als voorbeeld gesteld voor andere landen, zoals Nederland.

Toch zitten er rafelranden aan de herstelacties in Engeland. Zo wordt een groot deel (één op de drie, ofwel meer dan 10.000 bedrijven) van het MKB  uitgesloten van herstelacties omdat ze niet aan de criteria zouden voldoen. Volgens die criteria zijn de bedrijven namelijk als ‘sophisticated’ klanten te betitelen, wat veronderstelt dat ze voldoende kennis en deskundigheid hebben met betrekking tot rentederivaten. Maar zoals een parlementslid gisteren in het debat zei, daar zitten vele bedrijven tussen die qua omzet misschien wel groot zijn, maar qua bedrijfsvoering nog steeds een klein familiebedrijf zijn. Waar de boekhouder tevens ‘financieel directeur’ is. 

Onafhankelijke herbeoordeling

Op het moment dat een bank een interne herbeoordeling heeft gemaakt van het advies en het product, formuleert de bank een voorstel voor de eventuele herstelactie. Die voorstellen voor individuele herstelacties worden vervolgens gecontroleerd door onafhankelijke beoordelaars. Dat zijn de grote accountantskantoren en die worden betaald door de banken. Gisteren kwam een klokkenluider naar buiten mer het verhaal dat hij als accountant daarbij onder druk werd gezet door de bank om de voorstellen van de bank goed te keuren. Vooral wanneer het ging om voorstellen waar de belangen groot waren en de voorstellen relatief zuinig. Overigens, deze accountantskantoren moeten hun oordeel vellen op basis van het dossier dat zij van de bank krijgen. Als de bank belangrijke informatie achterhoudt (bewust of onbewust) of simpelweg geen volledig dossier heeft aangelegd, dan wordt op basis van onvolledige informatie een besluit genomen. Aan de klant wordt het echter vervolgens verkocht als een voorstel dat in feite door de FCA is goedgekeurd (want het voldoet aan haar regels). En diezelfde klant mag het dossier (waarop de herbeoordeling is gebaseerd) onder geen beding zien.

Inconsistentie

Een veelgehoord bezwaar in het debat was het gebrek aan consistentie bij de herbeoordeling. Zo blijkt bijvoorbeeld dat bij de kleinere schadegevallen structureel relatief meer schade wordt uitgekeerd dan bij grote zaken. Terwijl uit onderzoek blijkt dat dit in de meerderheid van de gevallen niet inhoudelijk te beargumenteren is.

In beroep

Al deze problemen zouden nog ondervangen kunnen worden, als de gedupeerde ondernemers (die ná zo’n herbeoordeling nog steeds het gevoel hebben dat ze onvoldoende worden gecompenseerd) in beroep kunnen gaan. Die mogelijkheid is er niet in de UK, anders dan naar de rechter te stappen. Dat is echter voor veel kleine ondernemers een paar bruggen te ver. En dat leidt tot schrijnende verhalen van kleine familiebedrijven die hierdoor zowel zakelijk als privé aan de grond zijn geraakt.

Meer overeenkomsten dan verschillen

Het debat werd stevig gelardeerd met concrete voorbeelden van de gedupeerde ondernemers. Elk ‘MP’ had wel een verhaal uit zijn regio te vertellen. Die verhalen van de ondernemers zijn zeer vergelijkbaar met die van Nederlandse ondernemers. De reactie van Britse banken is vergelijkbaar met die van Nederlandse banken. En de worstelingen van de Britse toezichthouder om tot een goede oplossing te komen (samen met de banken), zijn ook hetzelfde. De kans dat we een soortgelijk debat binnen een jaar ook in de Tweede Kamer gaan krijgen, acht ik zeer groot. Het zou daarom helemaal niet zo gek zijn als vanuit de politiek en toezichthouder gewerkt zou worden aan een internationale aanpak.

 

 

‘Best practices’ uit de UK direct toepasbaar in Nederland

AFM, Buitenland, Rentederivaten, Renteswaps, UK

Vorige week stonden afspraken met Bully Banks en Warwick Risk Management in Londen op de agenda, om te horen wat de laatste ontwikkelingen in de UK zijn met betrekking tot rentederivaten. De timing bleek perfect: op de ochtend van mijn vertrek las ik dat de Britse toezichthouder FCA net had gepubliceerd dat banken in de UK tot nu toe zo’n € 1,9 miljard aan compensatie hebben uitgekeerd aan gedupeerde MKB’ers.

De dag erna publiceerde het Financieele Dagblad een groot artikel hierover. Want de situatie in de UK lijkt mijlenver vooruit te lopen op de ontwikkelingen in Nederland. Daar kunnen we zeker nog wat van leren. Maar van wat er mis gaat in de UK bij de herbeoordeling van rentederivaten kunnen we nog veel meer leren. En dat is zeer actueel, nu de banken vóór het einde van het jaar alle rentederivaten moeten herbeoordelen en ook nog in 2014 het nieuwe loket bij het Kifid wordt geopend voor gedupeerden.

De FCA lijkt een mooi systeem te hebben opgezet voor de herbeoordeling van de probleemgevallen met rentederivaten. Met behulp van aangewezen onafhankelijke partijen (‘independent reviewers’) wordt per geval bekeken of en hoeveel schadevergoeding moet plaatsvinden. Dat wordt in de vorm van een voorstel voorgelegd aan de gedupeerde klant. Na acceptatie wordt de schadevergoeding uitgekeerd. Dat is dus inmiddels een bedrag van € 1,9 miljard.

Systeem van herbeoordeling in UK rammelt

In de praktijk blijkt dit systeem echter grote mankementen te vertonen. Zo worden de herbeoordelingen in eerste instantie door de bank zélf uitgevoerd. De bank stelt een dossier samen, inclusief het door hen geformuleerde voorstel. Dat dossier gaat vervolgens naar de independent reviewers. Dit zijn partijen die door de FCA zijn aangewezen, zoals EY en KPMG. Op basis van dat dossier stellen zij vast of het voorstel van de bank juist is. Dit proces blijkt echter voor de klant volstrekt intransparant te zijn. Zo krijgt de klant zelf niet de beschikking of inzage in het dossier dat de bank heeft samengesteld en dat de basis is voor de herbeoordeling. Daardoor kan de klant dus ook niet beoordelen of wel alle relevante informatie wordt meegenomen. Bovendien schakelt diezelfde klant, door schade en schande wijs geworden, vaak een deskundige adviseur in om het uiteindelijke voorstel van de bank te analyseren. Dat wordt door de banken op deze manier bijna onmogelijk gemaakt.

Bully Banks is er van overtuigd dat deze dossiers niet volledig zijn en dat cruciale informatie daarin ontbreekt. Voor de independent reviewers is het in dat geval bijna onmogelijk om een inhoudelijke goede controle op het bankvoorstel te doen. Zij kunnen ook geen additionele informatie opvragen bij de bank. De reviewers kunnen daardoor maar naar een deel van het probleem kijken; een integraal oordeel over de noodzaak voor renterisicomanagement, het advies en de productkeuze is onmogelijk.

Onvoldoende deskundigheid

Volgens Jeremy Roe van Bully Banks is de deskundigheid van de independent reviewers vaak ontoereikend. Ze hebben onvoldoende kennis in huis om de adviezen omtrent rentederivaten integraal te kunnen beoordelen. Dat is een belangrijke waarschuwing voor Nederland, waar op dit moment mensen worden aangetrokken om bij Kifid de klachtendossiers te gaan beoordelen. Het is niet duidelijk wat het vereiste profiel van deze deskundigen bij Kifid is. Voor mij staat vast dat zij zowel deskundigheid op het juridische vlak, maar zeker ook op het financieel-economische vlak moeten hebben. Ze moeten namelijk niet alleen in staat zijn om de werking en impact van de totale constructie (lening en rentederivaat) te doorgronden, maar ook hun oordeel kunnen vormen over de vorm en omvang van het renterisico van de specifieke klant.

Nadat dit hele proces is doorlopen, krijgt de klant een zeer kort omschreven voorstel van de bank, dat slechts matig onderbouwd is. In veel gevallen is het voorstel in de vorm van een ‘swap for swap’; de lopende renteswap wordt afgewikkeld en de klant krijgt er een nieuwe renteswap voor in de plaats, die beter zou aansluiten op de onderliggende lening. Dat is een opmerkelijke oplossing, voor een klant die helemaal geen renteswap wil hebben. Er is geen sprake van ‘swapgeruimd staat netjes’. Dit voorstel wordt door de bank gepresenteerd als het ultieme voorstel, dat bovendien is goedgekeurd door de indepedent reviewer. Daarmee wordt het de status meegegeven dat volstrekt onafhankelijk en onder de auspiciën van de toezichthouder tot stand is gekomen; beter dan dit zal het dus niet worden. Veel klanten voelen zich hierdoor (weer) met de rug tegen de muur gezet.

Probleem is nog veel groter

Bully Banks blijft er op hameren dat het probleem veel groter is dan wat er nu met dit proces wordt aangepakt. Er wordt namelijk alleen gekeken naar ‘non-sophisticated clients’, terwijl er talloze voorbeelden zijn waar bij zogenaamde (op papier) ‘sophisticated clients’ ook sprake is van misleidende verkoop. Exact hetzelfde speelt in Nederland; daar is de reikwijdte van de herbeoordeling kunstmatig beperkt tot ‘niet-professionele klanten’. Daardoor wordt niet naar de volle € 51 miljard aan rentederivaten in het MKB gekeken, maar ‘slechts’ naar de helft (€ 26 miljard). Degenen die door de bank als ‘sophisticated’ of ‘professioneel’ zijn bestempeld, zijn gedwongen om zelf in actie te komen richting de bank en eventueel rechtzaken te beginnen.

Daarnaast richt Bully Banks zich op de zogenaamde ‘embedded derivaten‘. Dat zijn rentederivaten die zijn verstopt in leningen. In de UK zijn die aan kleine MKB’ers verkocht. In Nederland lijkt dat niet het geval te zijn, maar zitten ze wel in leningportefeuilles van bijvoorbeeld woningcorporaties. Deze zijn door Cadension al betiteld als ‘plofderivaten’.

Politiek en toezichthouders

Uit de vele contacten die Bully Banks inmiddels ook internationaal heeft, blijkt dat het probleem van rentederivaten zich niet houdt aan landsgrenzen. Het speelt op internationale schaal, wat volgens Jeremy Roe ook logisch is omdat banken internationaal opereren. Dat noodzaakt tot een Europese aanpak van de problematiek, ook vanuit de politiek.

Tijdens het besprek met Bully Banks kwam nog verrassend nieuws naar voren. In de brief die minister Dijsselbloem begin september aan de Tweede Kamer stuurde, met een update over de stand van zaken over rentederivaten, schreef hij al dat AFM een bezoek heeft gebracht aan de FCA en een independent reviewer. AFM heeft bij dat bezoek aan de UK echter de kans laten liggen om de belangrijkste lobby-groep in de UK, Bully Banks, te bezoeken. Dat lijkt een gemiste kans, zeker nu blijkt welke grote hiaten in de Britse aanpak zitten. Misschien had AFM uit dat gesprek wel het meeste kunnen leren, juist nu in Nederland het proces van herbeoordelingen begint te draaien en het loket bij Kifid binnenkort wordt geopend. Maar zoals altijd is het glas halfvol en kan AFM (en het ministerie van Financiën) alsnog langsgaan in Londen. Uit ervaring weet ik dat Bully Banks graag het gesprek aangaat en ervaringen deelt.

 

 

‘Dangerous Derivatives’

Buitenland, Media, Rentederivaten, Renteswaps

dutchnews-logoCadension’s article in Dutch newspaper ‘De Volkskrant’ has been published on the international website of DutchNews.nl. This is the leading provider of quality Dutch news in English for an international audience.

‘Dangerous Derivatives’ is about (semi)public organisations who have financing structures called ‘extendable loans’. These loans contain derivatives and it is storing up trouble for the future. Click here to read the full article.