Viewing posts categorised under: AFM

Rabobank en ABN AMRO halen opnieuw deadline niet

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

Bij de publicatie van 8 december 2017 over de voortgangsrapportage over de uitvoering van het Herstelkader door de banken, stelde AFM dat zij er voor heeft gezorgd “dat alle ondernemers die geen aanbod meer kunnen verwachten voor het einde van dit jaar, een voorschot tot 100% van de coulancevergoeding krijgen.” Die voorschotten zouden vóór het einde van 2017 aan klanten worden aangeboden, aldus de AFM.

Vertraging

Inmiddels blijkt dat ook deze deadline niet is gehaald door ABN AMRO en Rabobank. ABN AMRO geeft op haar website aan dat ‘enkele honderden’ klanten het coulancevoorschot begin 2018 zullen ontvangen. Tegelijkertijd heeft Rabobank eind december naar een groep klanten een brief gestuurd waarin wordt medegedeeld dat de bank nog geen aanbieding voor een coulancevoorschot kan doen. Beide banken geven geen verdere duidelijkheid over de uiterlijke datum waarop hun klanten een coulancevoorschot mogen verwachten. Het is niet duidelijk óf en hoe AFM gaat ingrijpen naar aanleiding van deze overschrijding van de deadline.

Gemiddeld voorschot

Uit de update op de website van ABN AMRO blijkt overigens dat het gemiddeld uitbetaalde coulancevoorschot ruim € 35.000 bedraagt. Uit de gegevens van Rabobank is dat bedrag niet af te leiden, omdat niet duidelijk is hoeveel klanten het voorschot hebben geaccepteerd. Wel geeft Rabobank aan ruim € 254 mln aan voorschotten te hebben uitbetaald.

Rabobank en ABN AMRO zijn de twee banken die de meeste derivatendossiers in het Herstelkader hebben.

Boetevrij aflossen in 2017?

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

Het Herstelkader voor rentederivaten schrijft niet alleen voor dat klanten een financiële compensatie over het verleden moeten krijgen, maar ook dat er voor de resterende looptijd van het rentederivaat aanpassingen moeten worden getroffen. Eén van die aanpassingen heeft direct concrete consequenties, nu de banken weer verdere vertraging hebben in de uitvoering van het Herstelkader.

Boetevrij aflossen

Volgens het Herstelkader moeten banken hun klanten de mogelijkheid bieden om elk kalenderjaar een deel van hun lening én renteswap boetevrij af te lossen. Tenminste, als diezelfde bank dat in de voorwaarden van vastrentende leningen als mogelijkheid heeft opgenomen. De redenering is namelijk, dat de combinatie van een variabelrentende lening en een renteswap vaak verkocht werd als een identiek alternatief voor een vastrentende lening, maar dan goedkoper. Bij de meeste banken hebben klanten met een vastrentende lening echter elk kalenderjaar de mogelijkheid om 5 of 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom van de lening boetevrij af te lossen. Bij de constructie met de renteswap bleek dat echter niet het geval te zijn.

Kalenderjaar

Die mogelijkheid tot boetevrij aflossen bij een vastrentende lening is strikt gekoppeld aan het kalenderjaar. De klant mag hiervan jaarlijks gebruik maken, maar de regeling is niet-cumulatief; als je er in 2017 géén gebruik van hebt gemaakt, mag je die ruimte niet meenemen naar het volgende jaar en dan het dubbele percentage boetevrij aflossen. Als de aflossing dus niet daadwerkelijk tijdens het kalenderjaar gebeurt, is het recht definitief vervallen.

En precies daar zit de mogelijke benadeling voor klanten. Hoewel het Herstelkader al in december 2016 definitief was (en deze specifieke regeling overigens al in maart 2016 bekend was), hebben klanten tot nog toe steeds niet de mogelijkheid tot die boetevrije aflossing gehad. Dat is geheel te wijten aan de vertraging bij de banken. Aangezien het einde van het kalenderjaar 2017 nadert, dreigt ook de mogelijkheid voor dit jaar in het water te vallen.

Omdat veel rentederivaten in de periode 2007 – 2009 zijn afgesloten en veel van de bijbehorende leningen reguliere aflossingen kennen, is de restant hoofdsom van de lening soms relatief laag. Omdat de boetevrij-clausule betrekking heeft op de oorspronkelijke hoofdsom, kan dit er toe leiden dat door het gebruik maken van deze mogelijkheid uit het Herstelkader de restant lening grotendeels boetevrij kan worden afgelost. En de bijbehorende hoge renteverplichtingen van de renteswap aldus (grotendeels) worden beëindigd. De rentelasten kunnen op deze manier dus snel worden teruggedrongen.

Brief

Cadension heeft banken en toezichthouder reeds op dit aspect gewezen, namens haar klanten. Momenteel wordt onderzocht of en hoe invulling kan worden gegeven aan dit probleem. Ons advies is echter om niet de berichtgeving van uw bank hierover af te wachten, maar om nog in 2017 een brief naar uw bank te sturen. In die brief geeft u aan dat u het recht wil behouden om over 2016 en 2017 alsnog boetevrij te kunnen aflossen, volgens de regels van het Herstelkader. Op die manier is bij de bank dan immers bekend dat u dit recht wil behouden en kunt u hopelijk voorkomen dat u deze mogelijkheid over 2016 en 2017 verspeelt.

Via deze link heeft u een voorbeeldbrief die u naar de bank kunt sturen: Brief boetevrij aflossen_dec2017

Interventie Herstelkader noodzakelijk

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

Nu uit de laatste voortgangsrapportage opnieuw de bevestiging is gekomen dat de banken verdere vertraging hebben opgelopen in de uitvoering van het Herstelkader, is interventie noodzakelijk. Zowel AFM als de minister van Financiën hebben echter hun kans laten liggen om in te grijpen. De minister kwam niet verder dan het oordeel dat deze vertraging ‘vervelend’ is voor de gedupeerde derivatenbezitters. Gelukkig komt er nu vanuit de Tweede Kamer een roep om ingrijpen.

Sinds de voortgangsrapportage van juli 2017, heeft Cadension herhaaldelijk aangedrongen op interventiemaatregelen, omdat toen al duidelijk was dat er sprake was van ernstige vertraging en van een institutioneel probleem waarbij banken, toezichthouder en accountants elkaar in de houdgreep hebben. Deze interventiemaatregelen zijn neergelegd bij diverse betrokken partijen en omvatten de volgende praktische ingrepen:

1.Onvoorwaardelijke voorschotten

Op dit moment wordt op grote schaal met voorschotten gewerkt. Deze voorschotten zijn echter voorwaardelijk; op het moment dat de klant het definitieve compensatievoorstel, dat mogelijk pas eind 2018 volgt, niet accepteert (om wat voor reden dan ook), dan dient hij het voorschot terug te betalen. Sommige banken hanteren daar zelfs een terugbetalingstermijn van 4 weken voor. Een voorschotregeling heeft vooral zin wanneer banken deze zonder enige voorwaarde uitbetalen. Alleen dan kan een ondernemer met het ontvangen voorschot daadwerkelijk iets doen. Gezien de ontstane situatie met enorme vertraging, zou dit bovendien een positief gebaar zijn van banken naar hun klanten, die al jarenlang op een adequate oplossing wachten. Daarnaast kan het een concrete invulling zijn van de door enkele banken publiekelijk toegezegde ruimhartigheid.

Overigens is er een bank die eerder al, uit eigen beweging, op soortgelijke wijze handelde. Dit toont aan dat die ruimte er is, binnen de regels van het Herstelkader.

Deze aanpassing is nog steeds (of zelfs: juist) relevant, omdat een deel van de banken gaat werken met aanvullende voorschotten.

2. Acceptatietermijn

Volgens het Herstelkader hebben klanten een termijn van 12 weken voor acceptatie van een definitief voorstel. Deze termijn wordt door banken erg nadrukkelijk naar voren wordt gebracht; in sommige gevallen wordt in de brief gesteld dat de klant zelfs binnen 4 weken moet reageren of dat het compensatievoorstel na 12 weken vervalt. Dat is onacceptabel. Wanneer banken (als bij uitstek deskundige partij) meer dan drie jaren nodig hebben om gedupeerde klanten op een adequate manier te compenseren, kan en mag van een niet-professionele en niet-deskundige klant niet worden verwacht dat hij binnen drie maanden akkoord moet gaan met het voorstel. Een ondernemer moet de tijd en mogelijkheid hebben om het voorstel goed te kunnen doorgronden, zodat hij -al dan niet ondersteund door een second opinion- een weloverwogen beslissing kan nemen.

Deze tijdsdruk negeert de complexiteit en geschiedenis van het derivatendossier. Banken zouden zelf in hun brieven aan klanten kunnen opnemen dat het streven is om binnen drie maanden de zaak te kunnen afhandelen, maar dat de klant meer tijd krijgt indien hij dat nodig acht (zonder dat het voorstel kan komen te vervallen). Ook hier wordt wederom een beroep gedaan op de ruimhartigheid van banken.

3. Rentevergoeding

In het Herstelkader is afgezien van een compensatie voor gevolgschade, in tegenstelling tot in het ‘redress scheme’ dat in het Verenigd Koninkrijk is toegepast. Dat argument was houdbaar als gedupeerde klanten snel hun compensatie hadden ontvangen. Nu echter de uitvoering steeds meer vertraging oploopt, komt dit in een heel ander daglicht te staan. De te ontvangen compensatie  heeft vaak betrekking op een schade die ondernemers al vele jaren geleden hebben opgelopen. Nu duidelijk is dat zij recht hebben op compensatie van die schade en de uitkering daarvan vertraging oploopt, zijn zij nog steeds niet in staat om dat geld in hun bedrijf te investeren. Dat kan in voorkomende gevallen leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering. Het huidige Herstelkader houdt daarmee geen rekening.

Op dit moment worden alle schadecomponenten in het Herstelkader opgerent tegen de wettelijke rente, die momenteel op 2% ligt. Door deze rentevoet per 1 juli 2017 (de datum waarop volgens de minister de uitvoering van het Herstelkader zou zijn afgerond) aan te passen naar 8% krijgen ondernemers op het totale compensatiebedrag waarop zij recht hebben een hogere rente vergoed, ter vergoeding voor de gevolgschade (of vertragingsschade). Deze rentevergoeding is ook in het ‘redress scheme’ in het Verenigd Koninkrijk toegepast, ter compensatie van gevolgschade.

Het staat banken vrij om dit rentepercentage naar boven aan te passen naar 8%. Het Herstelkader is immers door de minister gekwalificeerd als een ‘minimumlat’ waaraan de banken moeten voldoen. Enige voorwaarde is dat het voor alle klanten op dezelfde wijze wordt toegepast. Dat hoeft echter geen probleem te zijn.

4. Klachtbehandeling

Interne klachtbehandeling bij banken op derivatendossiers ligt momenteel nagenoeg stil. Een groep van mijn klanten heeft al ruim anderhalf jaar geleden een goed onderbouwde klacht bij de bank ingediend en daarop nooit enige inhoudelijke reactie van de bank ontvangen. De bank stelt behandeling van deze klachten afhankelijk van het Herstelkader. Aangezien die uitvoering herhaaldelijk forse vertraging heeft opgelopen, wordt de behandeling van deze langliggende klachten ook steeds uitgesteld. Banken hebben hun eigen (morele) verantwoordelijkheid om ontvangen klachten op adequate wijze te behandelen, zoals dat geldt voor alle klachten die banken van hun klanten ontvangen.

 

Alle bovengenoemde maatregelen zijn in te voeren zonder inhoudelijke aanpassing van het Herstelkader. Banken kunnen die zelfstandig doen, zonder dat daarvoor toestemming van AFM nodig zou zijn.

Enkele Tweede Kamer leden hebben de maatregel voor de hogere rentevergoeding al naar voren gebracht. Hopelijk komen in de daarop volgende discussie ook de andere maatregelen naar voren, zodat ook in dit proces het klantbelang centraal komt te staan.

 

Derivatenproblematiek legt veel diepere wond bloot

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

De voortgangsrapportage van AFM die op 8 december 2017 het licht zag, bevat vooral oud nieuws. Er is opnieuw vertraging en zelfs de nieuwe door de banken afgegeven planningen zijn onzeker.

Oud nieuws

Meest opvallend is dat AFM een aantal oorzaken opsomt die aanleiding tot vertraging geven bij de banken. Zo schrijft AFM in de samenvatting:

De vertraging is met name het gevolg van automatiseringsproblemen en problemen met data. De kwaliteit van de historische data van banken is niet in alle gevallen voldoende om efficiënt de compensatie op grond van het UHK te kunnen berekenen en controleren. Verder geldt dat de rentederivatendossiers van klanten zeer verschillend zijn en vaak bijzonder complex en dat heeft gevolgen gehad voor (de praktische uitwerking van) het UHK. Mede door deze knelpunten blijkt de uitvoering van het UHK in de praktijk complexer dan de banken, de externe dossierbeoordelaars en de AFM hadden voorzien. Dit betekent ook dat de door banken afgegeven planningen onzeker zijn. 

Deze constatering stond ook al in het voortgangsrapport van AFM uit juni van dit jaar. Ook toen was dus al bekend dat dit voor problemen zorgde. Blijkbaar is daar in het afgelopen half jaar onvoldoende vooruitgang geboekt om alsnog tot concrete compensatievoorstellen van klanten te komen. Bovendien heeft ABN AMRO al twee jaar geleden van dezelfde AFM een boete gekregen vanwege het niet op orde hebben van rentederivatendossiers.

Dat dossiers complex kunnen zijn, is al tenminste vier jaar bekend. Sinds 2014 heb ik samen met het Kenniscentrum Rentederivaten (KCR) tientallen klantdossiers in detail met AFM gedeeld, om inzicht te geven in de aard en de complexiteit van de problemen. Het is opmerkelijk dat de banken, anderhalf jaar nadat de eerste versie van het Herstelkader is gepubliceerd, nog steeds geen inschatting kunnen maken of en hoe zij de vereiste dossiers kunnen samenstellen. Dat het niet om een beperkt aantal dossiers gaat die complex zijn, blijkt wel uit het feit dat pas slechts 400 compensatievoorstellen naar klanten zijn verstuurd. Zelfs de ‘makkelijke’ dossiers blijken dus een serieus struikelpunt voor de banken.

Daar bovenop is er op deze moment nog steeds een groep klanten die niet van zijn bank te horen heeft gekregen of zij binnen het toepassingsbereik van het Herstelkader passen. Deze ‘stap 0’,  die voorafgaat aan de compensatiestappen 1 tot en met 4, vormt blijkbaar een hardnekkig probleem. De oplossing daarvan blijkt keer op keer vertraagd en banken kunnen niet aangeven wanneer zij deze klanten definitief kunnen informeren. Als het zó moeilijk ligt, zou een overweging kunnen zijn om al deze klanten binnen het toepassingsbereik te plaatsen.

De complexiteit van de dossiers vormt een belemmering voor de automatisering van de compensatieberekening, zoals de banken die voor ogen hadden. Op basis van de meer dan honderd door ons uitgevoerde compensatieberekeningen voor klanten is onze belangrijkste conclusie dat de toepassing van het Herstelkader telkens weer maatwerk is, ook al heet het een Uniform Herstelkader. Die conclusie hebben we in een beginstadium met alle betrokken partijen gedeeld. Verwacht zou mogen worden dat de banken die ervaring zelf ook hadden kunnen (en moeten) opdoen in eigen test-berekeningen. Desondanks is volgens de verschillende voortgangsrapportages van AFM vol ingezet op automatisering.

Diepe wond

Maar deze voortgangsrapportage legt veel grotere problemen bloot. En in dat opzicht bevat de voortgangsrapportage wél nieuws. Bijvoorbeeld dat derivaten- en leningsystemen vaak niet gekoppeld zijn en dat handmatig derivaten aan leningen moeten worden gekoppeld. Rentederivaten zijn door banken als maatwerkproducten verkocht, die nauw moeten aansluiten op de onderliggende lening. Dat dient niet alleen bij aanvang zo te zijn, maar moet ook gemonitord worden gedurende de looptijd. Als het leningsysteem en het derivatensysteem niet aan elkaar gekoppeld zijn, is die monitoring nagenoeg onmogelijk. De grote vraag is dan ook hoe banken hiermee zijn omgegaan en hoe dat past in het kader van hun zorgplicht naar klanten. Het feit dat deze systemen los van elkaar staan, lijkt overigens meteen een belangrijk probleem in de vele derivatendossiers te verklaren, omdat derivaten vaak niet goed aansluiten op de lening.

De wond is echter dieper. De afgelopen vier jaar staat één woord telkens centraal in de voortgangsrapportages en berichten van AFM: ‘vertraging’. Dat gaat nu nog een stap verder. Nu wordt zelfs gesteld dat de door de banken afgegeven planningen onzeker zijn. En dat pas een realistische planning kan worden gegeven als de knelpunten zijn opgelost. Dat impliceert dat er op dit moment nog geen zicht is op een termijn waarop de knelpunten kunnen worden opgelost. Dat wekt de indruk van een onbeheersbaar probleem. Dat roept de vraag op wat de kwaliteit van projectmanagement is van de banken op dit punt én hoe de AFM hierop toezicht heeft gehouden. AFM is zelf immers al eerder op dit punt ernstig gestruikeld. Deze aspecten zijn een ander, en wellicht veel breder én ingrijpender, probleem dat nu is blootgelegd.

Dat de banken verantwoordelijk zijn voor een goede uitvoering van het Herstelkader, is onbetwist. Maar de diepste wond die uit deze voortgangsrapportage naar voren komt, zit bij de AFM. Al vier jaar lang houdt zij zich bezig met dit onderwerp. Twee jaar geleden is gebleken dat AFM op dit rentederivatendossier op alle punten heeft gefaald. Nadat de minister van Financiën moest ingrijpen, is er door een onafhankelijke Derivatencommissie een compensatiestructuur opgezet, waarbij AFM toezicht moet houden op de uitvoering ervan. Ook in dat toezicht faalt AFM. De voortgangsrapportage is niet meer dan een verslag van de stand van zaken bij de banken; de NVB (Nederlandse Vereniging van Banken) had dit verslag ook kunnen opstellen. AFM geeft geen kwalificaties, grijpt niet in, stuurt niet bij en geeft geen boetes. Wederom blijkt AFM op dit punt een wijkagent met een klappertjespistool. In deze setting heeft toezichthouden geen zin. Het is de hoogste tijd dat er vanuit de politiek wetgeving wordt ontworpen die toezichthouders een duidelijk mandaat geeft. Het ontbreken van dat mandaat is naar mijn inschatting de belangrijkste reden dat Femke de Vries, die als eerste vanuit de AFM krachtig heeft geopereerd in dit dossier, voortijdig AFM verlaat.

Grootste wond

De grootste wond zit uiteindelijk bij de MKB-ers en andere gedupeerden met rentederivaten. Zij wachten nog steeds op een adequate compensatie. Onzekerheid over omvang van de compensatie en het moment waarop ze die compensatie zullen ontvangen is alleen maar groter geworden. Daar past op zijn minst een aanpassing in de compensatie naar hen. In dat kader heb ik in juni 2017 aan diverse betrokken partijen voorgesteld om de rentevergoeding op de compensatie aan te passen van 2% (de huidige wettelijke rente) naar 8%. Die hogere rentevergoeding is een vergoeding voor de gevolgschade (of vertragingschade) die klanten ondervinden. In Engeland is van meet af aan de rentevergoeding om die reden op 8% gezet. Bovendien is dat een goede drijfveer voor de banken om sneller en ruimhartiger met de afwikkeling van de compensatie om te gaan.

 

‘Controleer op mogelijke missers’

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

‘We adviseren onze klanten goed te beoordelen of wij geen misser hebben gemaakt in de mogelijke aannames die zijn gemaakt, omdat we niet alle informatie boven water kregen uit de periode waarin het derivaat liep’. Dat is het advies dat Rabobank aan haar klanten geeft die een compensatievoorstel uit hoofde van het Herstelkader gaan ontvangen.

Vertraging

De uitvoering van het Herstelkader door de banken loopt steeds meer vertraging op. Binnen enkele weken komt een voortgangsrapportage van toezichthouder AFM, en ook daaruit zal blijken dat de grootbanken slechts enkele tientallen compensatievoorstellen naar klanten hebben gestuurd. En in totaal zullen zo’n 20.000 voorstellen opgesteld moeten worden. Dat betekent dat de grootste groep klanten pas in de loop van 2018 een compensatiebrief van de bank zal ontvangen.

Die vertraging komt bij Rabobank, naar eigen zeggen, vooral vanwege het feit dat bij het analyseren en berekenen van de compensatie veel meer maatwerk komt kijken dan zij aanvankelijk had verwacht. Dat is overigens exact de ervaring die Cadension heeft, op basis  van de vele ‘second opinion’ compensatieberekeningen die zij inmiddels voor klanten heeft uitgevoerd, met  gedetailleerde toepassing van de regels van het Herstelkader. Dit soort berekeningen is nauwelijks te automatiseren en vergt veel deskundigheid en casus-specifieke aandacht. Bij Rabobank is de gemiddelde behandelingstijd van één dossier op dit moment maar liefst 9 dagen.

Controle

Omdat de compensatieberekeningen van de bank worden gecontroleerd door externe accountants, die vervolgens weer moeten rapporteren aan de AFM, was tot nog toe de algemene tendens dat klanten de compensatievoorstellen niet zouden hoeven te controleren. Nu raadt Rabobank haar klanten echter aan om wel degelijk het compensatievoorstel te controleren. Daarbij doelt zij vooral op de gebruikte aannames van de bank. Blijkbaar zijn de klantdossiers niet (altijd) op orde en moet de bank aannames maken over hoe zaken in het verleden zijn gegaan. Die aannames kunnen een zeer grote impact hebben op de uitkomst van compensatieberekening, omdat het Herstelkader heel specifieke regels kent. Daarbij zal het waarschijnlijk niet zo snel gaan om de bekende formele documenten, zoals leningovereenkomsten, maar veel meer over specifieke adviesbrieven of presentaties die de bank heeft verstrekt ten tijde van de advisering van het rentederivaat. Of zelfs e-mails die de bank heeft gestuurd, hoe onbenullig die soms in eerste instantie ook kunnen lijken. Kleine documenten kunnen een grote impact hebben op de te ontvangen compensatie. In onze praktijk hebben we al gezien dat één specifieke e-mail uit het verleden een verschil in compensatie kan opleveren van vele tienduizenden euro’s. Als die e-mail niet in het dossier van de bank zit, loopt deze klant dat compensatiebedrag dus mis.

Gebrekkige klantdossiers is overigens een probleem dat bij meerdere banken een rol speelt. Zo heeft ABN AMRO twee jaar geleden al een boete van € 2,0 miljoen gekregen van AFM omdat zij haar klantdossiers over de dienstverlening aan klanten over rentederivaten niet op orde heeft. Ook de minister van Financiën wees vorige week in zijn brief aan de Tweede Kamer naar de ‘datatsystemen van de banken’ als een bron van vertraging. Onze ervaring leert dat de klant zélf nogal eens een beter dossier heeft dan de bank. Dat dossier kan dus nu geld waard blijken te zijn.

Kwijting

Klanten die het compensatievoorstel van de bank accepteren, doen dat tegen finale kwijting. Dat betekent dat er daarna geen enkele mogelijkheid voor bezwaar of beroep meer is. Voordat de compensatie vanuit het Herstelkader wordt geaccepteerd, is het dus goed om verzekerd te zijn van een goed voorstel.

Via deze link kunt u het volledige artikel in Nieuwe Oogst lezen: Derivatenfabriek Rabobank is vol op stoom

 

FD: kritiek op gebrek aan voortgang

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Deze week kondigden de banken aan dat er wederom sprake is van verdere vertraging. Tot op heden zijn nauwelijks compensatievoorstellen door de banken verstuurd (met uitzondering van Deutsche Bank en Van Lanschot) en wordt medegedeeld dat zelfs de allereerste stap in het Herstelkader-proces (de beoordeling of klanten voldoen aan de toelatingscriteria) nog niet is afgerond.

Het Financieele Dagblad publiceerde een artikel met daarin de reacties van een aantal betrokken partijen, waaronder Cadension.

Lees het artikel via deze link: FD 3 okt 2017_Kritiek op gebrek aan voortgang

Let op: aanmelden ‘oude’ renteswaps!

AFM, Herstelkader, Rentederivaten

Het Uniform Herstelkader Rentederivaten schrijft voor dat banken alleen rentederivaten hoeven te compenseren die liepen tussen 1 april 2011 en 1 april 2014. Echter, in sommige gevallen zijn er renteswaps afgesloten die oorspronkelijk tot ná 1 april 2011 zouden lopen, maar (om wat voor reden ook) voortijdig zijn beëindigd. Ook die renteswaps komen in aanmerking voor compensatie volgens de regels van het Herstelkader. Maar dat doet de bank niet uit eigen beweging; deze ‘oude’ renteswaps moet de klant op eigen initiatief aanmelden bij de bank. U zal dus zelf actie moeten ondernemen, en ook snel: de deadline voor aanmelding is namelijk 30 september 2017.

In het Herstelkader is dat als volgt vastgelegd:

Een Rentederivaat waarvan de Transactiedatum na 1 januari 2005 is gelegen met een initiële Einddatum gelegen na 1 april 2011, welk Rentederivaat vóór 1 april 2011 is geëindigd ten gevolge van Voortijdige Afwikkeling, wordt in de beoordeling onder het Herstelkader betrokken indien de MKB-Klant, die het betreffende Rentederivaat heeft afgesloten, zich op eigen initiatief aanmeldt voor een beoordeling aan de hand van het Herstelkader (‘temporele opt-in’). Om in aanmerking te komen voor de opt-in dienen de klanten de voor de uitvoering van het Herstelkader benodigde documentatie aangaande de te betrekken Rentederivaten en Leningen aan de Banken te verstrekken.

De klant die in aanmerking wenst te komen voor een temporele opt-in (paragraaf 3.1.5), dient (i) door middel van zijn derivatendocumentatie aan te tonen dat hij temporeel in scope valt, en (ii) door middel van overlegging van (lening-)documentatie of andere informatie (zoals rekeningafschriften) aannemelijk te maken welke Lening(en) werden afgedekt door het Rentederivaat. Ook dient de klant enige indicatie te verstrekken dat hij als niet-professioneel in de zin van het Herstelkader kwalificeert (paragraaf 3.1.6 e.v.). Indien de klant de informatie onder (ii) genoemd niet kan overleggen, dient te worden aangesloten bij de duiding bij paragraaf 3.1.2, waaruit volgt of en op welke wijze het Herstelkader door de betreffende klant doorlopen zal worden.

De meeste banken wekken in hun brieven over dit onderwerp de suggestie dat de klant álle genoemde documentatie moet kunnen verstrekken aan de bank, en dat anders géén compensatie zal plaatsvinden. Laat u zich hierdoor niet afschrikken! Ook wanneer u alleen nog een transactiebevestiging van de betreffende renteswap heeft, is het zinvol om dat document toe te sturen. Wij zijn namelijk van mening, dat óók op basis van die beperkte documentatie de bank een compensatie kan berekenen. Niet alle compensatie-elementen kunnen dan door de bank worden berekend, maar de zogenaamde ‘coulancevergoeding’ wel. Wij stellen ons dan ook op het standpunt dat u recht heeft op in ieder geval dat deel van de compensatie. Met één bank hebben we hierover al overeenstemming kunnen bereiken.

Cadension is verder van mening dat de gestelde deadline van 30 september 2017 niet acceptabel is. Nu de bank voortdurend vertraging hebben in de uitvoering van het Herstelkader, en klanten meestal niet eens van de bank te horen hebben gekregen of ze überhaupt voldoen aan de toelatingscriteria voor het Herstelkader, mag van gedupeerde klanten niet worden verwacht dat zij desondanks nu zelf alert moeten zijn op deze regeling. Wij hebben gevraagd om verlenging van deze periode, maar vooralsnog is het zaak om komende week uw documentatie over ‘oude’ rentederivaten te verzamelen en naar de bank te sturen.

Voorschot is voorgehouden worst

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

Afgelopen vrijdag publiceerde AFM de voortgangsrapportage over de uitvoering van het Herstelkader. Vooraf was al bekend dat bij de meeste banken sprake is van serieuze vertraging en dat door ABN AMRO en Rabobank (die de meeste rentederivaten aan het MKB hebben verkocht) nog geen enkel compensatievoorstel is verstuurd. En dat terwijl minister Dijsselbloem nog maar een paar maanden geleden in de Tweede Kamer voorspiegelde dat op 1 juli 2017 het Herstelkader volledig uitgevoerd zou moeten zijn.

What’s in a name?

Opmerkelijk genoeg blijkt de voortgangsrapportage haar naam weinig eer aan te doen. Er wordt niet per bank inzicht gegeven om hoeveel dossiers het in totaal gaat en hoeveel voorstellen er al verstuurd, en eventueel zelfs al geaccepteerd, zijn. Dat is relevante informatie, omdat onder andere Deutsche Bank toch al enkele compensatievoorstellen heeft verstuurd. De voortgangsrapportages van de Britse FCA over rentederivaten gaven veel duidelijker inzicht in de voortgang. Het zou goed zijn als AFM dat voorbeeld zou volgen.

Nu heeft AFM niet de wettelijke ruimte om de banken bij naam te noemen, hetgeen op zichzelf natuurlijk al een bijzonder opmerkelijke zaak is. Als nu echter de banken zélf transparantie nastreven, zouden zij zelf het initiatief kunnen nemen om AFM expliciet toestemming te geven om man en paard te noemen. Dat is dus blijkbaar ook niet gebeurd.

Voorschot

De nadruk ligt veel meer op afspraken die de AFM met banken probeert te maken om tegemoet te komen aan het klantbelang. Dat uit zich in voorschotten die (sommige) banken zullen gaan betalen aan klanten. Dat klinkt bijzonder sympathiek, maar nadere bestudering van deze afspraken leert dat dit voor de MKB-er weinig zinnigs oplevert.

Ten eerste is het voorschot voorwaardelijk. Indien de klant het uiteindelijke, definitieve compensatievoorstel (dat hij misschien pas in 2018 krijgt) niet accepteert, om wat voor reden dan ook, dan zal hij het voorschot moeten terugbetalen. Aangezien het Herstelkader dusdanig complex is dat een ondernemer niet kan inschatten wat het Herstelkader voor hem in petto heeft, mag niet verwacht worden dat hij daarmee op voorhand akkoord gaat. Dat zal in de praktijk betekenen dat de ondernemer het ontvangen voorschot niet kan aanwenden in zijn bedrijf, omdat er een kans bestaat dat hij het later moet terugbetalen. Hij zal het dan noodgedwongen op zijn spaarrekening tegen 0% rente moeten parkeren. Beter kan hij in dat geval het voorschot van de bank niet accepteren; dan is in ieder geval nog de wettelijke rente van 2%  van toepassing.

Complex

Ten tweede zijn de gemaakte afspraken wederom behoorlijk complex. Zo krijgen klanten die in 2017 géén definitief compensatievoorstel van de bank hebben ontvangen een voorschot. Eind 2017 krijgen ze daarover een brief. Het voorschot bedraagt 80% van de coulancevergoeding, ofwel maximaal € 80.000. Wanneer het daadwerkelijk wordt uitbetaald en tegen welke (aanvullende) voorwaarden, is niet bekend. ABN AMRO heeft toegezegd het op deze manier te gaan uitvoeren, maar met ‘een andere bank’ (Rabobank) wordt nog gesproken. Ook is niet duidelijk wat de andere vier banken zullen doen, wanneer blijkt dat zij niet alle klanten nog in 2017 een definitief compensatievoorstel kunnen sturen. Zullen zij dan ook gaan werken met voorschotten?

Kwetsbaar

Al sinds 2014 zegt AFM dat banken voorrang moeten geven aan klanten die in de ‘kwetsbare groep’ zitten, zoals klanten die bij Bijzonder Beheer van de bank zijn ondergebracht. Die groep krijgt uiterlijk in september een brief en zal 80% (of 100%, afhankelijk van de bank) van de coulancevergoeding als voorschot krijgen. Als deze groep niet uiterlijk in 2017 nog een definitief compensatievoorstel krijgt, wordt het voorschot verder verhoogd op basis van een inschatting van de totale compensatie. Maar deze regeling geldt weer niet voor klanten die in staat van faillissement verkeren, voor klanten die een lopende juridische procedure hebben en voor klanten met wie de relatie met de bank reeds is beëindigd. Terwijl dat bij uitstek klanten die als ‘kwetsbaar’ kunnen worden betiteld! De achterliggende motivatie van de banken en/of AFM hierbij ontbreekt. Duidelijk is dat hiermee een belangrijke groep kwetsbare klanten door banken en AFM buiten spel worden gezet.

2018

Verder schemert in deze voortgangsrapportage ook door dat niet alleen bij Rabobank de vertraging dusdanig is dat het tot in 2018 kan duren voordat alle klanten een compensatievoorstel hebben ontvangen; ook bij ABN AMRO kan het doorlopen tot 2018. Als reden wordt genoemd dat ‘de rentederivatendossiers van klanten zeer verschillend en vaak bijzonder complex zijn’. Dat mag echter inmiddels geen nieuws meer zijn, nu de aard en omvang van deze problematiek al zeker vier jaar publiekelijk bekend is.

En nu?

Het is noodzakelijk dat er kordater wordt opgetreden door de banken en dat ze nu daadwerkelijk invulling geven aan hun eerder uitgesproken ‘sorry’ en ‘ruimhartigheid’. En vervolgens is het net zo noodzakelijk dat AFM een duidelijker en steviger wettelijk mandaat krijgt om toezicht uit te oefenen en -daar waar nodig- concreet in te kunnen grijpen. Als dat niet gebeurd, vrees ik dat de derivatenproblematiek kan worden toegevoegd aan het rijtje met de woekerpolissen en aardbevingschade in Groningen. Daar wordt uiteindelijk niemand beter van.

De voor de hand liggende vraag is dan, waar MKB-ers wél beter van worden. Daarom publiceren we op deze website binnenkort een compact pakket aan zeer concrete interventiemaatregelen. Die begrijpbaar zijn voor de gedupeerden, goed uitvoerbaar zijn voor de banken en voor de noodzakelijke prikkels zorgen voor een versnelde afhandeling.

FD: ‘Aantal kwetsbare mkb-klanten krijgt voorschot’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Op vrijdag 30 juni publiceerde AFM haar voortgangsrapportage over de afhandeling van het Herstelkader door de banken. De conclusie was vooraf al duidelijk, namelijk dat er nog maar zeer weinig compensatievoorstellen naar klanten zijn verstuurd. De grootste banken in dit verhaal, ABN AMRO en Rabobank, hebben nog geen enkel voorstel verstuurd. En de laatste klanten van deze banken krijgen dat voorstel waarschijnlijk pas ‘in de loop van 2018’. Dat betekent dus nóg verdere vertraging.

Het nieuws zat vooral in het dat banken zullen gaan werken met voorschotten. De ‘kwetsbare groep’, zoals klanten die bij Bijzonder Beheer zetten, krijgen daarbij voorrang. Dat klinkt als een goede oplossing, maar deze voorschotten worden uiterlijk eind 2017 uitgekeerd; dat kan dus nog wel een half jaar duren. Bovendien wordt een deel van deze kwetsbare groep, om onnavolgbare reden, uitgesloten van deze regeling. En is het voorschot voor deze klanten niet onvoorwaardelijk; als ze het uiteindelijke voorstel (dat mogelijk pas in 2018 komt) niet accepteren, dan zullen ze het voorschot moeten terugbetalen.

ABN AMRO gaat de overige klanten ook in 2017 een voorschot geven. AFM is nog in gesprek met Rabobank om hen hetzelfde te laten doen.

Lees hier het volledige artikel in het FD: FD 1 juli 2017

EenVandaag 15 juni 2017

AFM, Media, Rentederivaten, Renteswaps

In de uitzending van 15 juni gaf Patrick van Gerwen (Cadension) commentaar op de actuele situatie met betrekking tot rentederivaten in het MKB. De uitvoering van het Herstelkader door banken heeft (opnieuw) vertraging opgelopen. Een gedupeerde klant laat zien wat de consequenties daarvan zijn.

De uitzending is te terug te zien via deze link: EenVandaag