Viewing posts categorised under: AFM

Baanbrekend onderzoek in de UK naar ‘redress scheme’

AFM, Buitenland, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

In diverse blogs heb ik aangegeven dat zowel de aard als de omvang van de problemen rondom de verkoop van rentederivaten in het UK grote parallellen vertoont met de Nederlandse situatie. Een belangrijk verschil is echter dat in de UK de problemen ruim twee jaar eerder zijn onderkend en aangepakt. Hun ‘redress scheme’ is dus ook al ruimschoots afgerond, terwijl Nederlandse banken nog een paar duizend dossiers volledig moeten behandelen.

Vanochtend kwam er onverwacht toch weer nieuws uit de UK. Hoewel bekend is dat er al jarenlang klachten zijn over de uitvoering en het toezicht op het redress scheme, heeft de toezichthouder FCA vandaag aangekondigd dat er een uitgebreid onafhankelijk onderzoek gaat plaatsvinden naar dit redress scheme. In de onderzoeksopdracht geeft de FCA een aantal zeer specifieke vragen mee. Is het feit dat het redress scheme een vrijwillige oplossing was, wel geschikt? Heeft de toezichthouder effectief toezicht gehouden op de juiste en tijdige uitvoering van het redress scheme door de banken? Was het redress scheme een passende oplossing voor de misleidende verkoop van rentederivaten die de toezichthouder had geconstateerd? En, last but not least: waren de toelatingscriteria, die bepalen of een ondernemer in aanmerking komt voor compensatie volgens het redress scheme, geschikt?

Het onderzoek wordt nu gedaan naar aanleiding van aanhoudende klachten. De reacties zijn daarom voornamelijk positief, er is echter wel een belangrijk punt van kritiek: het onderzoek zal maar liefst 15 maanden duren. Dat betekent dat ondernemers die profijt zouden moeten hebben van eventuele bevindingen uit dit onderzoek nog lang moeten wachten. Hoewel wordt gesteld dat dit onderzoek niet individuele compensatieaanbiedingen openbreekt, wordt er wel gezinspeeld op meer collectieve aanpassingen (bijvoorbeeld voor groepen ondernemers die zijn uitgesloten van het redress scheme). Deze Britse muis kan dus nog een aardige staart krijgen.

Tot nog toe is steeds gebleken dat de ontwikkelingen in de UK hieromtrent zeer relevant zijn voor de Nederlandse situatie. Dat zou nu ook goed het geval kunnen zijn. Ook hier blijkt herhaaldelijk de tijdigheid van de uitvoering een heikel punt en roept het optreden van de toezichthouder ook regelmatig vragen op (zie FD 25 april 2017 – Kritiek op intrekken boete inzake derivatendossier_1; FD 26 april 2019 – Derivatendrama kan zo 0,5 mln schelenFD 14 juni 2019 – AFM kan geen sancties opleggen). Met name ook de discussie rondom de toelatingscriteria speelt in Nederland in volle omvang (zie https://www.groene.nl/artikel/pure-misleiding), omdat met name semi-publieke instellingen, die aanvankelijk door banken als ‘niet-professioneel’ zijn geclassificeerd nu alsnog buiten het Herstelkader vallen omdat ze volgens de aangepaste definitie alsnog ‘professioneel’ zijn. Maar ook het feit dat het Herstelkader een ‘vrijwillige’ compensatieregeling is, zorgt in Nederland voor problemen; als een ondernemer het niet eens is met het compensatieaanbod van de bank, dan is er geen onafhankelijke instantie waar hij met zijn klacht of bezwaar terecht kan. Enige uitzondering zijn vier specifieke onderdelen (van de vele tientallen) waarop bindend advies kan worden gevraagd van de Geschillencommissie.

Als we de voortekenen weer mogen geloven, is het niet uit te sluiten dat binnen twee jaar in Nederland ook een grootschalig onafhankelijk onderzoek naar vergelijkbare aspecten van het Herstelkader komt.

FD 14 juni 2019: ‘AFM kan geen sancties opleggen rond derivaten’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

In het ontwerp van het Herstelkader is er duidelijk aandacht besteed aan de governance rondom de uitvoering. Zo zijn de banken primair verantwoordelijk voor de correcte en tijdige afhandeling van de compensatie en dient de Externe Dossier Beoordelaar (EDB) elk dossier inhoudelijk te controleren door zelfstandig een schaduwberekening te maken en deze te vergelijken met die van de bank. Vervolgens verstrekt de EDB’er een zware verklaring aan de AFM om te bevestigen dat er met een zeer grote mate van zekerheid juist is gehandeld door de bank. AFM houdt verder toezicht op de correcte uitvoering van het Herstelkader en toetst aan de hand van steekproeven.

Uit onderzoek van het Financieele Dagblad blijkt, dat AFM bij het uitoefenen van dit toezicht over geen enkel handhavingsinstrument beschikt. Dat is een nogal ernstige ontwerpfout in het Herstelkader, immers toezichthouden op een dossier met een uitgebreid track-record met fouten op alle niveau’s vergt de beschikking over sanctiemiddelen.

Lees het artikel via deze link: FD 14 juni 2019 – AFM kan geen sancties opleggen

FD (26 april 2019): ‘Derivatendrama kan zo € 0,5 mln schelen’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Op verzoek van het Financieele Dagblad heeft Cadension een inventarisatie uitgevoerd op de compensatievoorstellen die wij voor onze klanten hebben beoordeeld. Het resultaat was verontrustend: meer dan 50% van deze voorstellen is volgens onze beoordeling niet juist. En de impact van de fouten is groot, zoals het verhaal van de familie Broekman aantoont: volgens de banken zouden zij aanvankelijk een compensatie van € 15.000 krijgen, maar door onze inspanning is dat uiteindelijk op ruim € 500.000 gekomen.

Aard van de fouten

De fouten die wij tegenkomen in onze dossiers, hebben betrekking op nagenoeg alle onderdelen van het Herstelkader. Zo worden sommige klanten onterecht ‘out of scope’ verklaard door de bank, waardoor ze geen compensatie zouden krijgen. Maar ook in de koppeling van derivaten aan leningen komen fouten voor, net zoals bij de compensatieberekening voor de opslagverhoging en herstructureringen van derivaten. Ook constateren we dat onterecht bedragen in mindering worden gebracht op het compensatiebedrag, de zogenaamde ‘Eerdere Financiële Tegemoetkomingen’.

Status van geconstateerde fouten

Wanneer wij een fout constateren, wordt dit door ons met de bank besproken (in sommige gevallen doet de klant dat zelf, of zijn advocaat). Op basis van inhoudelijke onderbouwing, ondersteund met relevante documenten (zoals e-mails, brieven, etc.) leggen we dat voor aan de bank. In de meeste gevallen wordt daar door de banken adequaat op gereageerd, al kunnen de doorlooptijden nogal eens lang zijn. Veel van dit soort bezwaren zijn nog in behandeling bij de bank. Maar in 20% van al onze dossiers blijken fouten te zitten die inmiddels door de bank zijn erkend, en dus leiden tot een aangepast compensatievoorstel. Die aangepaste compensatiebedragen zijn 25% – 850% hoger dan het oorspronkelijke aanbod van de bank, en dat gaat vanzelfsprekend om significante bedragen.

Het percentage aangepaste compensatievoorstellen zou dus nog kunnen oplopen tot maximaal 50%. Dat betekent ook dat de onafhankelijke controle van de ‘Externe Dossier Beoordelaar’ niet waterdicht is. Dat is opvallend, omdat een aantal van de door ons geconstateerde fouten ook door deze EDB’er geconstateerd had kunnen (en moeten) worden op basis van het dossier dat de bank zelf heeft.

Vanzelfsprekend zijn niet alle bezwaren succesvol. We komen ook situaties tegen waarbij het dossier van de bank documenten bevat die wij niet van de klant hebben ontvangen; die kunnen een ander licht werpen op de situatie, waardoor blijkt dat het oorspronkelijke voorstel van de bank toch correct was. Of de bank honoreert een klacht niet, waarop vervolgens geen Bindend Advies mogelijk is, zodat de klant niets anders rest dan het voorstel te accepteren.

Complexiteit dossiers

Omdat zowel door banken als de AFM geen inzicht wordt gegeven in de opbouw van complexiteit van dossiers, is het moeilijk te zeggen of de dossiers die Cadension in behandeling heeft meer of juist minder complex zijn dan gemiddeld. Een algemene benchmark voor de complexiteit is het aantal gevallen waar sprake is van ‘coulance only’; in die gevallen is er sprake van compensatie op slechts één onderdeel, dat relatief makkelijk te berekenen is. Op zich is dat niet een hele goede benchmark (want ook in die gevallen kan iets mis gaan), maar het is wel de meest makkelijke. In onze praktijk blijkt tot op heden dat er sprake is van 13% ‘coulance only’ gevallen. Vermoedelijk is dat lager dan gemiddeld, maar -nogmaals- banken en AFM geven geen inzicht in deze cijfers. Ik doe een beroep op deze partijen om ook deze cijfers te publiceren.

Fout van de bank in uw voordeel

Een fout in een compensatievoorstel kan twee kanten opwerken; het kan in het voordeel of in het nadeel van de klant zijn. Beide situaties komen wij tegen in onze praktijk. Wel is het zo, dat het aantal fouten in het nadeel van de klant hoger is. Onze ervaring is dat klanten voor wie wij een fout in hun voordeel hebben ontdekt, er voor kiezen om het oorspronkelijke voorstel van de bank te accepteren.

Tevens zien we dat een klein aantal klanten er voor kiest om geen bezwaar in te dienen, wanneer wij een fout hebben geconstateerd. De zorg om de relatie met de bank te verstoren, is daarbij het meest gehoorde argument. Dit is overigens naar onze overtuiging niet nodig, omdat de bezwaren door de bank door een gespecialiseerde afdeling worden behandeld, die los staat van account managers van de bank. Wij hebben tot op heden in ieder geval niet gezien dat het indienen van een bezwaar repercussies had op de relatie met de bank; integendeel, in één geval heeft de bank een boeket bloemen gestuurd naar de klant, nadat alles was afgewikkeld.

Acceptatiegraad compensatieaanbiedingen

Zowel AFM als banken schermen met percentages van 95% als het gaat om de voorstellen die door klanten worden geaccepteerd. Dit zou een maatstaf zijn voor de goede kwaliteit van de compensatievoorstellen. Dit is echter te kort door de bocht. Het is voor klanten simpelweg onmogelijk om zélf te beoordelen of het aanbod van de bank geheel correct volgens het Herstelkader is uitgevoerd. Het Herstelkader bevat inmiddels 260 pagina’s met veel regels en even zoveel uitzonderingen. Zowel de interpretatie van die regels als de berekeningen zijn complex. Om vast te stellen of een compensatieaanbod correct is, moet de klantspecifieke situatie integraal worden beoordeeld, in het licht van al die regels en uitzonderingen.

Het feit dat een klant een voorstel accepteert, zegt dus niet dat is vastgesteld dat dat voorstel inhoudelijk correct is. Mogelijk zegt het wel dat hij tevreden is met het aangeboden bedrag (in absolute zin) of dat hij eindelijk een streep kan zetten onder een jarenlang slepend verhaal.

Lees hier het artikel in het FD: FD 26 april 2019 – Derivatendrama kan zo 0,5 mln schelen

FTM (24 april 2019): ‘Drieduizend ondernemers wachten nog op definitieve schadevergoeding rentederivaten’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Het is inmiddels het langstlopende dossier op de website van FTM. Als één van de eersten doken zij destijds in de problematiek van de rentederivaten, en vele publicaties volgden sindsdien. FTM haalde het net op, om te kijken wat nu de status is. Daaruit blijkt dat met name Rabobank nog veel werk aan de winkel heeft; maar liefst 3.000 (complexe) dossiers moeten nog worden behandeld. En dat is belangrijk nieuws. Ten eerste is de informatievoorziening van Rabobank in de compensatiebrieven ontoereikend, waardoor het voor MKB-ers onmogelijk is om het voorstel te kunnen controleren. Ten tweede blijkt uit de dagelijkse praktijk bij Cadension dat juist in deze wat complexere dossiers veel fouten zitten; compensatieaanbiedingen zijn onvolledig en/of onjuist. Zo hebben wij al in een groot aantal dossiers fouten naar boven gehaald en deze namens de klant aangekaart bij de bank. Dat leidde tot fors hogere compensatiebedragen.

FTM zal dit derivatendossier voorlopig nog niet kunnen sluiten.

Lees hier het artikel op FTM: Drieduizend ondernemers wachten nog op definitieve schadevergoeding rentederivaten

 

FD 7 februari 2019: ‘Banken moeten afhandeling debacle rentederivaten niet als strafcorvee zien’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Hoewel het derivatendebacle de Nederlandse banken net zoveel geld kost als de Libor-fraude en de witwas-affaire bij elkaar opgeteld, lijkt er weinig sprake te zijn van ‘lessons learned’ bij banken en toezichthouder. Ik schreef daarover een opinie voor het Financieele Dagblad van 7 februari 2019.

Lees de opinie via deze link: ‘FD 7 feb 2019 – Derivaten niet als strafcorvee_opinie

Minister van Naïefciën?

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

Gezien de grote hoeveelheid vragen was het minister Hoekstra van Financiën niet gelukt om nog voor het zomerreces de kamervragen over rentederivaten te beantwoorden. Op 25 september stuurde de minister een brief naar de Tweede Kamer met zijn antwoorden.

Aan de inhoudelijke kant zijn er natuurlijk (weer) de nodige kanttekeningen te plaatsen bij de antwoorden. Daar wil ik het deze keer echter eens niet over hebben. Wat me namelijk opvalt, is de ogenschijnlijk naïeve reactie van de minister op een aantal vragen. Ik noem drie voorbeelden ter illustratie.

Opgejaagd

Zo is er een vraag gesteld over de reactietermijn van 12 weken die klanten hebben om het compensatievoorstel van de bank te accepteren. In brieven wekken diverse banken de suggestie dat al binnen 4 weken gereageerd moet worden. De minister: “Ik zou het onwenselijk vinden als bij klanten de indruk wordt gewekt dat het aanbod al na het aflopen van de reactietermijn vervalt en zal dit ook bij de AFM en de banken aankaarten.”  Dat deze indruk daadwerkelijk wordt gewekt, is ruimschoots bekend. Ook bij de AFM. In mijn dagelijkse praktijk krijg ik vele vragen van klanten over precies dit onderwerp. Ze voelen zich opgejaagd en zijn bang om te laat te reageren. Dat de minister nu toezegt dit bij de AFM en de banken aan te kaarten, is verspilde moeite. Beide partijen zijn hiervan reeds lange tijd op de hoogte en hebben besloten hier niets aan te doen. De minister heeft zich onvolledig of zelfs onjuist laten informeren.

Eindsprint?

Ten aanzien van de voortgang stelt de minister dat het streven is dat eind 2018 de meeste klanten een compensatievoorstel hebben ontvangen. Volgens onze laatste peiling heeft inmiddels 26% van de betreffende klanten een definitief voorstel ontvangen. Als van alle voorbereidende werkzaamheden wordt afgezien, zou je kunnen zeggen dat de banken daarmee ruim anderhalf jaar bezig zijn geweest. Hoe reëel is het om te verwachten dat in slechts drie maanden de resterende 74% (grotendeels) kan worden afgehandeld? Zeker wanneer daarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de meeste complexe dossiers nog ter hand moeten worden genomen. Uit onze eigen inschatting blijkt dat het, bij het huidige tempo, tot medio 2019 zal duren voordat alles is afgehandeld. Hier lijkt de houding van de minister nogal naïef te zijn.

Geschillen

Misschien wel het meest in het oog springende en pijnlijke antwoord van de minister heeft betrekking op geschillen met de bank over het voorstel. Als de klant het op bepaalde aspecten niet eens is met het voorstel van de bank, dan is op een beperkt aantal punten een Bindend Advies mogelijk. Gezien de omvang (bijna 250 pagina’s) en complexiteit van het Herstelkader blijkt dat er op veel meer punten inhoudelijke verschillen van mening of interpretatie kunnen ontstaan die een fundamentele impact op het compensatiebedrag kunnen hebben. De minister: “In situaties dat de Geschillencommissie geen mandaat heeft, kan de klant uiteraard volgens normaal geldende procedures terecht bij de bank.” Als de jarenlange afwikkeling van de derivatenproblematiek iets heeft geleerd, is het dat juist de gebrekkige behandeling van klachten door de banken heeft geleid tot de situatie die nu is ontstaan. Veel klanten ervaren in zo’n situatie dat zij geen poot hebben om op te staan. Doordat de bank zich kan beroepen op de maximale acceptatietermijn van 12 weken, ontstaat er bovendien een flinke machtsongelijkheid tussen bank en klant. Dat de minister juist deze klanten opnieuw met hun klacht naar diezelfde bank stuurt, is ronduit pijnlijk.

Dit alles wekt een beeld van een minister die de complexiteit én de werkelijkheid van problemen met rentederivaten niet ten volle herkent en erkent. Is dit naïef of wordt hij verkeerd geïnformeerd? En in hoeverre láát hij zich verkeerd informeren?

FD 27 aug 2018: ‘Rekening derivatendrama loopt op tot € 2 mrd’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps, UK

De kosten van het Herstelkader voor de banken loopt verder op tot €  2 mrd. Dat bericht het FD naar aanleiding van onderzoek naar publicatie van halfjaarcijfers van de diverse banken. Opvallend daarbij is dat een aantal banken geen of nauwelijks mededelingen doet over de voorzieningen die zij hiervoor getroffen heeft. Maar wat nog sterker opvalt, is dat de kosten voor met name ABN AMRO en Rabobank inmiddels oplopen tot 36-40% van hun jaarwinst over de laatste drie jaren.

De stijging van de kosten wordt nu vooral veroorzaakt door de hoge uitvoeringskosten die de banken moeten maken om de compensatie-brieven te kunnen versturen. De kosten zouden in de toekomst nog verder kunnen stijgen, is mijn inschatting. De meest complexe renteswap-dossiers zijn nog niet of nauwelijks behandeld door de banken en het is niet ondenkbaar dat de twee grootbanken onvoldoende zicht hebben op de impact daarvan. Die impact kan er zijn op zowel de uitvoeringskosten als op de compensatiebedragen. Immers, uit onze eigen ervaring met compensatieberekeningen voor klanten blijkt dat de meer complexe dossiers (met meerdere derivaten, leningen, herstructureringen, etc.) vaak ook hogere compensatiebedragen tot gevolg hebben. Twee jaar geleden gaf ik tegenover het FD aan dat wanneer de vergelijking met de UK wordt gemaakt, de schade voor de banken in Nederland kan oplopen tot € 3 mrd.

Lees hier het artikel uit het FD: FD 27 aug 2018 – Rekening derivatendrama loopt op tot € 2 mrd

 

Das Kapital: ‘Banken harken miljoenen binnen voor onderwijs via renteswaps’

AFM, Herstelkader, Media, Rentederivaten, Renteswaps

Das Kapital schreef een artikel over de (gebrekkige) voortgang van de afwikkeling van het Herstelkader voor rentederivaten en de positie van onderwijsinstellingen. Deze instellingen (net als de meeste andere (semi-)publieke instellingen) worden namelijk in de meeste gevallen uitgesloten van compensatie volgens het Herstelkader. Dit probleem is al vele malen aangekaart bij politiek en toezichthouder, ondermeer door het Kenniscentrum Rentederivaten (KCR), maar daarop is geen adequaat gehoor gegeven.

Het artikel van Das Kapital is mede gebaseerd op de periodieke voortgangsmeting die Cadension uitvoert. De voortgangsrapportage van AFM vindt namelijk slechts eenmaal per half jaar plaats, waardoor het niet mogelijk is om een actueel beeld te krijgen.

Lees hier het artikel: ‘Banken harken miljoenen binnen voor onderwijs via renteswaps

Afwikkeling Herstelkader in 2020?

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps, UK

De voortgang bij de afwikkeling van het Herstelkader is teleurstellend. Op Twitter informeren wij elke maand over deze voortgang; zo blijkt op 24 april 2018 dat slechts 6% van alle klanten (die binnen het Herstelkader vallen) een definitief compensatievoorstel van hun bank hebben ontvangen. Een maand eerder was dat nog zo’n 4%. De absolute aantallen zijn laag en de progressie beperkt. De vraag is dan ook, wanneer de overige 94% een definitief compensatie-aanbod in de brievenbus kan verwachten.

In de vele artikelen die ik over dit onderwerp op mijn website heb geschreven, heb ik regelmatig de vergelijking gemaakt met de aanpak van het renteswap-probleem in de UK. Hoewel veel betrokken partijen wensen te benadrukken dat de situatie daar duidelijk anders is dan in Nederland, blijkt tot nog toe steeds het tegendeel waar te zijn. Zowel in aantallen probleemgevallen (nagenoeg gelijk) als in de aard van de problemen zijn er meer verschillen dan overeenkomsten. Wat wel een belangrijk verschil is: in de UK waren de reserveringen bij banken voor compensatie significant hoger dan in Nederland. Ook op dat vlak acht ik het echter aannemelijk dat het verschil uiteindelijk veel kleiner zal worden.

Voortgang

Wat kunnen we voor wat betref de voortgang van de afhandeling leren van de situatie in de UK? Omdat de toezichthouder FCA vaker updates gaf over de voortgang dan AFM op dit moment doet, is er een beter inzicht in de ontwikkeling in de UK op dit vlak. Daaruit blijkt, dat in het najaar van 2013 het aantal verstuurde compensatievoorstellen in de UK op een vergelijkbaar niveau lag als wat we nu in Nederland zien: in september 2013 waren 500 ‘redress determination letters’ verstuurd naar klanten en in december 2013 was dat aangegroeid tot 4.600. In Nederland ligt dat op dit moment op grofweg 1.300 compensatiebrieven, dus vergelijkbaar met oktober/november 2013 in de UK.

Uit de voortgangsrapportage van FCA uit maart 2016 is af te leiden dat uiteindelijk in september 2015 aan alle klanten een compensatiebrief was verstuurd. Dat is dus zo’n twee jaar na het peilmoment dat vergelijkbaar is met de huidige Nederlandse situatie. Als we dat zouden projecteren op de Nederlandse situatie, zou dat betekenen dat pas in april 2020 alle klanten een definitief compensatievoorstel hebben ontvangen.

Realistisch

Nu is het de vraag of dit een realistische projectie is. De aard van het Herstelkader is immers anders dan dat van de UK. Dat werkt overigens in het nadeel van de Nederlandse situatie, omdat het ‘redress scheme’ in de UK eenvoudiger in opzet is en aanzienlijk minder complexe rekenregels voor de compensatieberekening kent. Het is juist die complexiteit die een belangrijke bron van vertraging is. De AFM gaf in haar laatste voortgangsrapportage van december 2017 duidelijk aan dat er nog steeds geen realistische planning door de drie grootbanken afgegeven kan worden: “Voor deze drie banken geldt dat een realistische planning eerst kan worden afgegeven nadat de knelpunten zijn opgelost en op grotere schaal aanbodbrieven door deze banken zijn verstuurd. Dit betekent dat de door banken afgegeven planningen onzeker zijn.” Aangezien er op dit moment door de banken nog niet op grotere schaal compensatiebrieven zijn verstuurd en planningen tot op heden structureel niet zijn waargemaakt, impliceert dat dat ook de huidige planningen (‘eind 2018’) nog steeds onzeker zijn. Bij gebrek aan beter, is de indicatie op  basis van een vergelijking met de doorlooptijden in de UK momenteel misschien wel de beste. In ieder geval is er genoeg aanleiding om te vermoeden dat het rentederivatendossier niet in 2018 zal zijn afgerond.

Rabobank en ABN AMRO halen opnieuw deadline niet

AFM, Herstelkader, Rentederivaten, Renteswaps

Bij de publicatie van 8 december 2017 over de voortgangsrapportage over de uitvoering van het Herstelkader door de banken, stelde AFM dat zij er voor heeft gezorgd “dat alle ondernemers die geen aanbod meer kunnen verwachten voor het einde van dit jaar, een voorschot tot 100% van de coulancevergoeding krijgen.” Die voorschotten zouden vóór het einde van 2017 aan klanten worden aangeboden, aldus de AFM.

Vertraging

Inmiddels blijkt dat ook deze deadline niet is gehaald door ABN AMRO en Rabobank. ABN AMRO geeft op haar website aan dat ‘enkele honderden’ klanten het coulancevoorschot begin 2018 zullen ontvangen. Tegelijkertijd heeft Rabobank eind december naar een groep klanten een brief gestuurd waarin wordt medegedeeld dat de bank nog geen aanbieding voor een coulancevoorschot kan doen. Beide banken geven geen verdere duidelijkheid over de uiterlijke datum waarop hun klanten een coulancevoorschot mogen verwachten. Het is niet duidelijk óf en hoe AFM gaat ingrijpen naar aanleiding van deze overschrijding van de deadline.

Gemiddeld voorschot

Uit de update op de website van ABN AMRO blijkt overigens dat het gemiddeld uitbetaalde coulancevoorschot ruim € 35.000 bedraagt. Uit de gegevens van Rabobank is dat bedrag niet af te leiden, omdat niet duidelijk is hoeveel klanten het voorschot hebben geaccepteerd. Wel geeft Rabobank aan ruim € 254 mln aan voorschotten te hebben uitbetaald.

Rabobank en ABN AMRO zijn de twee banken die de meeste derivatendossiers in het Herstelkader hebben.