Al Bundy en Renteswaps

AFM, Rentederivaten, Renteswaps

In het vorige week door AFM gepubliceerde rapport “Aanbevelingen Rentederivatendienstverlening” staat ook een aantal aanbevelingen voor de banken over hoe invulling te geven aan adviesdienstverlening. Zo moet de bank niet alleen de financiële positie van de klant inventariseren, maar ook zijn of haar kennis en ervaring. “Een goede test of een klant de producten daadwerkelijk kan doorgronden, is als hij in eigen woorden kan uitleggen wat de relevante kenmerken, risico’s e.d. zijn”, zo schrijft de AFM.

In de meeste gevallen die ik tot nog toe in mijn praktijk heb gezien, zou de klant deze test absoluut niet doorstaan. Zelfs achteraf constateren ze vooral dat er onverklaarbare schade wordt geleden en begrijpen zij niet wat het product (de renteswap) nu eigenlijk precies doet en wat de risico’s zijn. En hoe het dus zover heeft kunnen komen. Daarom een uitleg aan de hand van een metafoor, in mijn ‘eigen woorden’.

Een ondernemer heeft nieuwe schoenen nodig. Zijn oude zijn versleten. Hij zoekt niet iets bijzonders, is geen hardloper, bergwandelaar of bouwvakker. Gewoon, een comfortabele, alledaagse schoen. Zoals altijd. In de schoenenwinkel, waar hij al jaren komt omdat hij de familie die eigenaar is van de winkel al van kinds af aan kent, krijgt hij deze keer een verrassend advies. “De schoenen die je nu draagt, zijn vrij duur en daarom verkopen wij ze niet meer zo veel. Er is namelijk een heel innovatief product op de markt, dat veel aantrekkelijker is. Het is de combinatie van een goedkope espadrille met een hele goede, apart verkrijgbare, steunzool”, aldus de schoenverkoper. De ondernemer wil eigenlijk toch liever weer dezelfde schoenen, maar wil ook wel eens weten hoe het dan werkt met die espadrilles. “Het werkt heel simpel”, vervolgt de verkoper: “De steunzool gaat lang mee en is een heel flexibel product. Niet omdat het buigzaam is, maar je kunt het ook zo weer in een andere schoen gebruiken. En per saldo ben je bovendien over al die jaren goedkoper uit! Dat zal je als ondernemer wel aanspreken.”

De ondernemer vertrouwt op het advies van de schoenverkoper. Het is een hele degelijke schoenenzaak en als zij dan een keer iets nieuws hebben, zal het wel goed zijn. Hij heeft nu nieuwe schoenen, dus gooit de ondernemer thuis aangekomen pas zijn oude paar weg.

Het eerste jaar moet hij wat wennen aan zijn nieuwe espadrilles met steunzolen, maar hij loopt er lekker op. Wel zijn na dat eerste jaar de espadrilles versleten. Gelukkig, en daar toont zich de waarde van een betrokken familiebedrijf, wordt hij bijtijds gebeld door de schoenenwinkel. “Er is een nieuw model espadrilles binnen. Daar passen de steunzolen ook in. Ze zijn helaas wel 15% duurder geworden.” De ondernemer baalt van die prijsstijging, maar hij heeft ze nu eenmaal nodig en koopt ze meteen.

Na het tweede jaar speelt zich precies hetzelfde af. Alleen, nu zijn de espadrilles met maar liefst 40% in prijs gestegen!Dat wordt de ondernemer te gortig. Met pijn in zijn hart gaat hij nu naar de andere bekende schoenenzaak in het dorp. Daar hebben ze nog wel een model in de aanbieding dat uitstekend bij hem past en veel minder duur is. Hij laat die advertentie open en eerlijk zien bij zijn ‘oude’ schoenenzaak. Tot zijn verbazing ligt er de volgende dag meteen een brief op de deurmat, van zijn ‘oude’ schoenenzaak; “U kunt niet zomaar elders espadrilles kopen. Deze zijn namelijk contractueel onlosmakelijk gekoppeld aan de steunzolen die we u hebben verkocht. Deze steunzolen gaan nog zeker 6 jaar mee. Als u er van af wil, dan is dat geen probleem; u dient daarvoor wel een fikse boete te betalen.” Tot zijn schrik leest hij in de laatste alinea: “Mocht u het hiermee niet eens zijn, dan zijn wij genoodzaakt om ook uw huidige espadrilles per direct in te vorderen.” Dat is een bedreiging voor hem, want hij weet dat er bijna geen schoenenwinkels meer in het dorp zijn waar hij terecht kan voor espadrilles.

De steunzolen gaan dus langer mee dan de espadrilles. En zo flexibel blijkt die combinatie dus helemaal niet te zijn. Bovendien krijgt de ondernemer last van rugklachten. Een bezoek aan de fysiotherapeut leert hem dat het standaard-steunzolen zijn, die helemaal niet zijn afgestemd op zijn gewicht en licht over-pronerende voeten. Bovendien past de steunzool eigenlijk niet goed bij de espadrille (andere schoenmaat) en heeft de schoenverkoper daarom maar een stuk van die standaard-steunzool afgeknipt. Daardoor krijgt zijn voet steun op net de verkeerde punten.

De ondernemer gaat met zijn klachten naar zijn vertrouwde schoenen speciaalzaak. Daar kunnen ze hem echter niet helpen. Hij heeft zelf deze schoenen gekocht en had een duidelijke uitleg gekregen bij de aankoop. Van coulance wil de schoenverkoper niets weten. “Als je het er niet mee eens bent, kun je naar de rechtbank gaan”, is de laatste bitse opmerking die in zijn hoofd blijft nagalmen.

’s Avonds, tijdens de lokale ondernemersborrel, vertelt hij treurig zijn ervaringen met zijn schoenen. Opeens krijgt hij uit alle hoeken bijval, en staat een enorme groep ondernemers met rugklachten om hem heen, aandachtig te luisteren. Geschrokken van de aandacht, kijkt hij mistroostig naar beneden. En ziet dat alle mensen om hem heen espadrilles dragen….

Als je in bovenstaande tekst het woord ‘espadrilles’ vervangt door een Euribor-lening, ‘steunzool’ door renteswap en ‘schoenverkoper’ door bankier, dan heb je in een notedop een paar kernproblemen van renteswaps op tafel.